Brief DG Herstel: Novumverzoek afgewezen, verder geen correspondentie
Het document
Op 19 mei 2026 ontving ik een brief van de programmadirecteur Herstelbeleid, Dennis van Breemen, kenmerk 2026-0000223614. Het is de definitieve afwijzing van mijn novumverzoek en alle samenhangende verzoeken.
Bron: PDF — Reactie verzoeken, kenmerk 2026-0000223614, 19 mei 2026
Tijdlijn van het verzoek
| Datum | Gebeurtenis |
|---|---|
| 13 mei 2024 | VSO ondertekend met SGH (€189.829 aanvullende schadecompensatie) |
| 21 mei 2025 | Ingebrekestelling verstuurd naar aanleiding van novumverzoek |
| 8 augustus 2025 | Definitief herzieningsverzoek ingediend |
| 28 augustus 2025 | Gesprek met twee ambtenaren — mededeling: geen novum |
| 2 oktober 2025 | E-mailbevestiging: geen aanleiding voor novum |
| 17 februari 2026 | Nadere toelichting op verzoek |
| 3 maart 2026 | Drie verzoeken ingediend; juridische bijstand ingeschakeld |
| 10, 16, 30 maart 2026 | Aanvullende e-mails met Woo-, AVG- en schadeverzoeken |
| 31 maart 2026 | Reactie ministerie op standpunt saldering |
| 2, 14, 16, 23 april 2026 | Verdere e-mails met verzoeken |
| 11 april 2026 | Brief over “verlies van 2 bedrijven + inkomensderving sinds 2016” |
| 19 mei 2026 | Definitieve afwijzing alle verzoeken |
Van de eerste ingebrekestelling (mei 2025) tot de definitieve afwijzing (mei 2026) duurde het proces ** exact één jaar**. Vanaf het ondertekenen van de VSO (mei 2024) is het twee jaar van vragen, verzoeken en correspondentie die nu wordt afgesloten met een brief die verdere dialoog uitsluit.
Kernpunten van de afwijzing
1. Geen aanpassing VSO
“Wij zien in uw verzoek(en) geen aanleiding om de vaststellingsovereenkomst (VSO) aan te passen.”
De VSO van €189.829 wordt gepresenteerd als “ruimhartig” maar dekt naar schatting 15-31% van de werkelijke schade. Het bedrag omvat geen ondernemerschade, geen wettelijke rente, en geen volledige dekking van inkomensderving sinds 2016.
2. Finale kwijting als muur
“Na het ondertekenen van de VSO kan niemand nog iets eisen van de ander (kwijting).”
De finale kwijting in de VSO wordt gebruikt als ultieme blokkade: elk verzoek, elk nieuw feit, elke nieuwe ontdekking (datakluis, RAM, RIEC/LIEC, Heidi) wordt geblokkeerd door een handtekening die onder druk is gezet in een proces dat de PZC omschreef als “ballingschap.”
3. Novum geen novum
“De door u beschreven feiten en omstandigheden vormen geen aanleiding om de afspraken in de VSO te wijzigen […] omdat deze u reeds bekend waren.”
Dit argument is cirkelredenering: de feiten (AOW-gat, wettelijke rente, vastgoedverlies, verlies van 2 bedrijven, inkomensderving sinds 2016) waren “reeds bekend” omdat ze al bestonden. Maar de kennis dat deze schade het gevolg was van systemen als RAM, FSV, RIEC/LIEC en de datakluis — die pas in 2025-2026 volledig aan het licht kwamen — was niet bekend op het moment van ondertekening.
4. Geen wettelijke rente
“Er vindt geen afzonderlijke vergoeding van wettelijke rente plaats.”
De wettelijke rente op een schade van bijvoorbeeld €500.000 over 10 jaar (2016-2026) bedraagt circa €25.000-€50.000. Deze wordt categorisch geweigerd.
5. Geen bezwaar mogelijk
“U kunt geen bezwaar of ingebrekestelling indienen tegen deze brief. Dat komt omdat deze geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.”
De brief is bewust geen “besluit” onder de Awb, waardoor de bestuursrechtelijke weg wordt afgesneden. De enige optie die overblijft is het civielerechtelijk traject — waarvoor geen gefinancierde rechtsbijstand beschikbaar is.
6. Verdere correspondentie geweigerd
“Wij zullen verder niet meer reageren op verzoeken die samenhangen met de door u met de Staat gesloten VSO.”
De dialoog wordt eenzijdig beëindigd.
Rechten die worden geschonden
| Recht | Schending |
|---|---|
| Art. 6 EVRM (eerlijk proces) | VSO met finale kwijting onder druk; geen bezwaar mogelijk; civiele weg praktisch onbereikbaar |
| Art. 13 EVRM (effectief rechtsmiddel) | Brief is geen “besluit”, geen bestuursrechtelijke weg, civiele weg zonder gefinancierde rechtsbijstand |
| Art. 1 P1 EVRM (eigendomsbescherming) | Wettelijke rente geweigerd; ondernemerschade niet vergoed; vastgoedverlies niet erkend |
| Art. 8 EVRM (privéleven) | Systematische weigering om nieuwe informatie over RAM/FSV/RIEC mee te wegen |
| Goede trouw (art. 6:248 BW) | De Staat verbergt systemen (datakluis, RAM, Heidi) en beroept zich tegelijk op finale kwijting voor schade die door die systemen is veroorzaakt |
Het zesde mechanisme
Deze brief illustreert het zesde mechanisme dat hierboven werd geïdentificeerd in het onderzoek Hersteloperatie als Instrument ter Beperking van Civiele Rechtsmiddelen: actieve beperking van precedentwerking. Door elke dialoog te weigeren en te verwijzen naar de “zorgvuldige procedure” van SGH, voorkomt de Staat dat er jurisprudentie ontstaat die ook andere gedupeerden zou kunnen helpen.
Wat nu resteert
De brief sluit met: “Het staat u evenwel vrij om uw geschil voor te leggen aan een civiele rechter.” Dit is de civiele weg — dezelfde weg die de Rechtbank Noord-Holland in ECLI:NL:RBNHO:2025:8961 effectief blokkeerde door de Wht als exclusief kader te stellen. De asymmetrie is compleet: de Staat weigert bestuursrechtelijke toetsing, en de civiele rechter verwijst terug naar het bestuursrechtelijke kader.
Notities
Deze brief bereikte mij op 19 mei 2026 — twee dagen na het PZC-interview en één dag voordat het RIEC/LIEC-onderzoek werd gepubliceerd. De timing is opmerkelijk: op het moment dat de publicitaire druk toeneemt en nieuwe informatieverzoeken via Woo en AVG lopen, sluit de Staat de deur.
