De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt

17 June 2026 · 61 min leestijd draft
John van der Velden
John van der Velden
Independent Researcher
RijksoverheidAdviescollege ICT-toetsing (AcICT)Algemene RekenkamerBelastingdienstDUOUWVRIVMMinisterie van DefensieMinisterie van FinancienMinisterie van BZKMinisterie van VWSMinisterie van OCWMinisterie van SZWRaad van StateAfdeling Bestuursrechtspraak (ABRvS)CIO RijkRob JettenSandra PalmenDick SchoofMark RutteKrijn ten HoveKristie RongenLilian MarijnissenNationale OmbudsmanTweede KamerEerste KamerFast EnterprisesCapgemini

De Nederlandse staat geeft jaarlijks circa zes miljard euro aan grote ICT-projecten, waarvan 27 procent meerkosten oplevert, een record in 2024. Tegelijkertijd is er geen structurele transparantie over declaraties van bewindspersonen, herstelt de Raad van State het toeslagenherstel langs drie sporen terug, en zakt het vertrouwen in de Tweede Kamer naar 24,6 procent, het laagste niveau sinds 2012. Dit onderzoek verbindt ICT-faalkosten, de declaratiecultuur van het kabinet, de non-respons van premier Rob Jetten op de smeekbede van toeslagenouders, het juridisch wankelen van de Raad van State, en de maatschappelijke onvrede (71 procent steunt mogelijke stakingen tegen bezuinigingen op sociale zekerheid) tot één centrale vraag: kan deze overheid het land nog aansturen?

Samenvatting

Dit onderzoek verbindt vijf lijnen die, elk afzonderlijk al zorgwekkend, in samenhang de vraag oproepen of de Nederlandse staat nog in staat is zichzelf, laat staan het land, aan te sturen. Het is een opvolging van het eerdere onderzoek naar New Public Management als de stille bodem waarop de toeslagenaffaire groeide en de miljardenbalans van de hersteloperatie.

De eerste lijn is de digitale overheid zelf. De rijksoverheid geeft jaarlijks circa zes miljard euro aan grote ICT-projecten. De Rapportage Grote ICT-activiteiten 2024 concludeert dat 27 procent daarvan meerkosten oplevert, een record sinds de rapportage in 2020 werd ingevoerd. Alleen al over 2022, 2023 en 2024 loopt de gedocumenteerde meerkost op tot circa 4,2 miljard euro. Projecten die expliciet faalden of werden stopgezet zijn onder meer het STAP-budget bij UWV (na twee jaar afgeschaft wegens fraude en systeemfaal), het Doorontwikkelen Applicatielandschap Bekostiging bij DUO (vijf jaar verspild, vijf keer ingegrepen door het Adviescollege ICT-toetsing), de modernisering van de omzetbelasting bij de Belastingdienst (190 miljoen euro aan een Amerikaanse leverancier uitbesteed met hoog faalrisico), het Grensverleggende IT-programma bij Defensie (zes keer onderzocht sinds 2016 en nog altijd niet afgerond), en het Digitaal Stelsel Omgevingswet (vijf jaar vertraging, vijf keer getoetst).

De tweede lijn is de declaratie-blackbox van het kabinet. Er is geen structurele openbaarmaking van declaraties van individuele bewindspersonen, hoewel de Wet open overheid in artikel 3.1 actieve openbaarmaking voorschrijft voor geïnstitutionaliseerde adviezen en uitgaven. Wat boven water komt, komt boven via incidentele Woo-besluiten: het besluit op het Woo-verzoek over de declaraties van Dick Schoof van 22 augustus 2024, het besluit over de kosten van het regeringsvliegtuig van 5 maart 2026, en losse kamervragen. De begroting voor het regeringsvliegtuig bedroeg in 2024 circa 303.000 euro, terwijl de aanschaf van een nieuw regeringsvliegtuig in 2017-2024 circa 89 miljoen euro heeft gekost. Wie wat declareerde in 2022-2026 is, zonder tien afzonderlijke Woo-verzoeken bij tien ministeries, niet te achterhalen.

De derde lijn is de non-respons van premier Rob Jetten. Op 17 februari 2026 deden Kristie Rongen, tegen wil en dank het gezicht van de toeslagenaffaire, en de onderzoeker Krijn ten Hove een openlijke smeekbede aan de toenmalige informateur en latere premier: herbenoem Sandra Palmen niet als staatssecretaris Herstel Toeslagen. Vijf dagen later werd ze toch beëdigd in het kabinet-Jetten. Jetten zelf heeft in openbare bron 2024-2026 geen concrete, gedateerde beloften aan individuele toeslagenouders gedaan. De Nationale Ombudsman stelt dat de informatievoorziening aan gedupeerde ouders nog altijd niet op orde is.

De vierde lijn is het wankelen van de Raad van State. In 2024-2026 perkt de Afdeling bestuursrechtspraak het toeslagenherstel langs drie sporen in. Substantieel: het forfait van 500 euro per halfjaar wordt via het toetsingsverbod van artikel 120 van de Grondwet aan rechterlijke toetsing onttrokken (ECLI:NL:RVS:2025:2864). Causaal: het vereiste verband tussen onterechte besluit en schade wordt herleid tot één deelaspect, de OGS-kwalificatie en de persoonlijke betalingsregeling, in plaats van het bredere institutionele falen (ECLI:NL:RVS:2026:3166, 3 juni 2026). Procedureel: het procesbelang in de procedure over de lichte toets van de Catshuisregeling komt te vervallen zodra de integrale beoordeling is afgerond, waardoor de gedupeerde een bezwaarsgrond verliest (ECLI:NL:RVS:2026:3166, 25 februari 2026).

De vijfde lijn is de maatschappelijke onvrede. Het vertrouwen in de Tweede Kamer zakt in 2025 naar 24,6 procent en in politici naar 21,2 procent, het laagste niveau sinds de start van de reeks in 2012 (CBS, 12 mei 2026). Bijna een kwart van de Nederlanders leeft in armoede of net boven de armoedegrens zonder buffer, en het aandeel werkende armen komt gemiddeld meer tekort dan het aandeel bijstandsgerechtigden. In het voorjaar van 2026 staken rijksambtenaren twee keer landelijk, op 3 maart gedurende 24 uur met meer dan duizend mensen op het Malieveld, op 14 april in zes steden met 160.000 ambtenaren. Een EenVandaag-peiling van 18 mei 2026 concludeert dat 71 procent van de Nederlanders mogelijke stakingen tegen bezuinigingen op sociale zekerheid steunt. Op 24 juni 2026 ligt het openbaar vervoer landelijk stil tot acht uur.

De vraag die dit onderzoek centraal stelt, is niet of de afzonderlijke lijnen tot een crisissignaal leiden, dat doen ze afzonderlijk al. De vraag is of de staat, als institutioneel verband dat het monopolie op dwang deelt met een verplichting tot zorg, nog in staat is die vijf lijnen te herkennen als samenhangend falen. Het antwoord, zo luidt de werk hypothese van dit onderzoek, is op dit moment ontkennend. Niet omdat er geen mensen van goeden wille zijn, maar omdat de institutionele readertijd van de Nederlandse staat langer is dan de levensduur van een gemiddeld kabinet.

Vertrouwen in politieke instituties, 2012-2025

De onderstaande grafiek toont het verloop van het vertrouwen in vijf politieke instituties over de periode 2012-2025, op basis van de CBS-enquête Sociale samenhang en welzijn. Zij vormt de visuele samenvatting van de vijfde lijn van dit onderzoek, en leest als een langjarige bloeddrukmeting van de Nederlandse democratie.

Vertrouwen in politieke instituties, 2012-2025 (CBS)Vertrouwen in politieke instituties, 2012-2025% van 15-plussers dat (heel) veel vertrouwen heeft · Bron: CBS, Sociale samenhang en welzijn0 %10 %20 %30 %40 %50 %60 %'12'13'14'15'16'17'18'19'20'21'22'23'24'25corona-piek 2020kabinet valt jan 2021kabinet-Jetten24,6 %21,2 %Tweede KamerPoliticiAmbtenarenEuropese UnieGemeenteraad
Tweede Kamer en Politici (rood) daalden sinds de corona-piek van 2020 van een meerderheid naar minder dan een kwart. Gemeenteraad, EU en Ambtenaren blijven relatief stabiel. Bron: CBS, 12 mei 2026.

De grafiek toont een duidelijk contrast tussen enerzijds de decentrale en bovennationale instituties (gemeenteraad, EU) en anderzijds de nationale politieke instituties (Tweede Kamer, politici). Waar de decentrale en Europese vertrouwenslijnen in 2024-2025 licht herstellen of stabiel blijven, zakken de nationale lijnen door. Het corona-effect dat in 2020 zichtbaar is als een tijdelijke opleving in alle lijnen, werkt daarna als een soort terugval: na de afname van de crisis zakken de nationale instituties tot onder het niveau van vóór de crisis, terwijl de decentrale instituties tot hun oude niveau terugkeren. De afstand tussen burger en nationaal politiek Den Haag groeit.


Methodologische notitie

Dit onderzoek combineert vijf databronnen die normaliter gescheiden blijven: het RijksICT-dashboard en de Rapportage Grote ICT-activiteiten voor de digitale overheid, Woo-besluiten en kamervragen voor declaraties van bewindspersonen, uitspraken.rechtspraak.nl voor de jurisprudentie van de Raad van State, CBS en SCP voor maatschappelijke indicatoren, en peilingen van Ipsos I&O en het EenVandaag Opsiepanel voor stakingsbereidheid en vertrouwen.

De bedragen in dit onderzoek zijn op twee manieren gemarkeerd. Gepubliceerd staat voor bedragen die direct uit officiële bron zijn overgenomen. Schatting staat voor bedragen die zijn afgeleid uit gepubliceerde totalen en verhoudingen. Niet openbaar staat voor gegevens die de rijksoverheid niet structureel publiceert en die slechts via een Woo-verzoek (art. 4.1 Woo) bij het betreffende ministerie zijn op te vragen.

Twee inhoudelijke keuzes verdienen vermelding. De eerste is dat de declaratiebedragen van individuele bewindspersonen niet worden gerangschikt in een top-10, omdat zo’n ranglijst niet kan worden samengesteld zonder tien afzonderlijke Woo-verzoeken en dus niet feitelijk juist zou zijn. De afwezigheid van die ranglijst is zélf een bevinding. De tweede keuze is dat ICT-projecten uitsluitend als “gefaald” of “gestopt” worden aangeduid als er een openbare beslissing van een bewindspersoon, een advies van het Adviescollege ICT-toetsing, of een rekenkamerbevinding aan ten grondslag ligt.


Dashboard

Het onderstaande dashboard bundelt de vijf lijnen van dit onderzoek in één visueel overzicht. De tabbladen tonen per lijn de kerncijfers: ICT-faalkosten per jaar, declaratiebesluiten en bekende bedragen, de uitspraken van de Raad van State, de stakingsbereidheid en stakingen, en het vertrouwen in de overheid.

ICT-meerkost 2022-2024
€ 4,2 mrd
Rapportage Grote ICT-activiteiten
Meerkost 2024 (record)
27 %
van 6 mrd begroot
Defensiefouten 2025
€ 4,4 mrd
Rekenkamer SRV 2025
Vertrouwen TK 2025
24,6 %
laagst sinds 2012
Steun stakingen
71 %
EenVandaag mei 2026
24,6 % vertrouwen TK
75,4 % geen of beperkt vertrouwen
JaarProjecten > 5 mlnGem. meerkostAbsolute meerkostTotaal begrootBron
2022119n.n.b.€ 1,30 mrd~ € 6 mrdAG Connect / Binnenlands Bestuur 23-01-2023
202316421 %€ 1,26 mrd~ € 6 mrdRapportage Grote ICT-activiteiten 2023
2024184record 27 %€ 1,62 mrd~ € 6 mrdRapportage Grote ICT-activiteiten 2024 (31-12-2024); iBestuur 06-10-2025
Subtotaal 2022-2024 (direct gedocumenteerd)€ 4,18 mrd~ € 18 mrd
Conservatieve schatting 2010-2026 (inclusief vóór 2020 niet systematisch gerapporteerd): € 5-7 miljard direct gedocumenteerde meerkosten. Exclusief projecten onder 5 miljoen en opportunistische kosten.

Gestopte of faalde projecten, met verantwoordelijke

ProjectMinisterieBekend bedragStatusVerantwoordelijke bewindspersoon
STAP-budget (UWV)SZW / OCW€ 160 mln/jaar begroot; € 2,6 mln fraudeafgeschaft 01-01-2024Karien van Gennip (SZW), Robbert Dijkgraaf (OCW)
DUO DAB — Applicatielandschap BekostigenOCW (DUO)niet openbaargepauzeerd 12-2023, 5× AcICT-ingreepRobbert Dijkgraaf → Eppo Bruins (OCW)
Praeventis vernieuwd (RIVM)VWSniet openbaargestopt 2019 op advies BITBruno Bruins (VWS)
Omzetbelasting modernisering (Belastingdienst)Financiën€ 190 mln (Fast Enterprises 2025)lopend, hoog faalrisico (AcICT 2024)Staatssecretaris Financiën
Grenzverleggende IT — Defensie (GrIT)Defensieniet openbaarloopt sinds 2016, 6× AcICT-onderzoekAnk Bijleveld → Kajsa Ollongren → Ruben Brekelmans
Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)BZK/VROhonderden miljoenen, meerkostwerkend sinds 01-01-2024, 5 jaar vertraging, 5× AcICTVivianne Heijnen → Hugo de Jonge → Ruben Vermeulen
Belastingdienst ICT algemeenFinanciën€ 849 mln/jaar (2022, +80 % in 10 jr)doorlopend; 1 jaar vertraging box 3 (14-10-2024)Staatssecretaris Financiën
Defensie aanbestedingen breedDefensie€ 4,4 mrd fout/onzeker 2025Rekenkamer SRV 2025Ruben Brekelmans (Defensie)
Waar is de verantwoordelijke te vinden? In het Nederlandse model: de minister is eindverantwoordelijk, de secretaris-generaal is administratief hoofd, de departementale CIO is technisch verantwoordelijk, en sinds 2024 coördineert de CIO Rijk (Art de Blaauw) rijksbreed. De term "superuser" is geen Nederlandse rijksoverheidsterm en wordt in dit onderzoek niet gebruikt.
Bron / besluitBewindspersoon of rijksbreedJaarBekend bedragOpenbaarheid
Woo-besluit declaraties Dick Schoof (22-08-2024)Dick Schoof (premier 02-07-2024)2024in inventarislijst-PDFgedeeltelijk openbaar
Woo-besluit kosten regeringsvliegtuig (05-03-2026)Regeringsdelegatie NL → Suriname 30-11-20252025in bijlage-PDFgedeeltelijk openbaar
Begroting regeringsvliegtuig (Kamerstuk 2025D19977)Rijksbreed2024€ 303.000 (nagenoeg uitgeput)gepubliceerd
Aanschaf nieuw regeringsvliegtuig (Boeing BBJ)Rijksbreed2017-2024€ 89 mln (na verkoop oud toestel)gepubliceerd
Reiskostenvergoeding Mark RutteMark Rutte (premier)tot 2024niet openbaarniet openbaar
Jaarverslag Buitenlandse Zaken 2024Min. BZ rijksbreed2024~ € 36 mln (inclusief reizen)gepubliceerd
Totaal declaraties bewindspersonen per jaarRijksbreed2020-2025niet als samengevoegde publicatieniet openbaar
Er is geen structurele openbaarmaking van declaraties van individuele bewindspersonen. Artikel 3.1 van de Wet open overheid schrijft actieve openbaarmaking voor voor geïnstitutionaliseerde adviezen en uitgaven, maar er is voor zover bekend geen actieve openbaarmakingsregeling voor declaraties van bewindspersonen. Een volledig beeld vereist tien afzonderlijke Woo-verzoeken bij tien ministeries.
DatumECLIOnderwerpRich tingKorte inhoud
15-05-2024ECLI:NL:RVS:2024:2045Hardheids clausule art. 2.8 Whttegen gedupeerdeInperking tot bijzondere situaties die niet zijn voorzien
02-07-2025ECLI:NL:RVS:2025:2864Forfait 500 euro/halfjaar, art. 2.3 lid 4 Whttegen gedupeerder.o. 9.6: geen rechterlijke ruimte wegens art. 120 Gw-toetsingsverbod
02-07-2025ECLI:NL:RVS:2025:2987Compensatiebedragtegen gedupeerdeRestrictieve compensatie, zelfde zittingsdag
09-07-2025ECLI:NL:RVS:2025:3076Causaal verband verduidelijkttegen gedupeerdeStibbe-signaleringsblog week 29
2025ECLI:NL:RVS:2025:5597Causaal verband terugvordering-schadetegen gedupeerdeRestrictief uitgelegd
19-11-2025ECLI:NL:RVS:2025:5610Weigering aanvullende schadetegen gedupeerdeBevestigt afwijzing rechtbank
19-11-2025ECLI:NL:RVS:2025:5087ProceskostenveroordelinggemengdDienst Toeslagen veroordeeld in proceskosten
25-02-2026ECLI:NL:RVS:2026:3166 (202500512/1/A2)Procesbelang lichte toets Catshuis regelingtegen gedupeerder.o. 7.1: procesbelang vervalt zodra IB afgerond
03-06-2026ECLI:NL:RVS:2026:3166 (202504054/1/A2)Catshuis regeling € 30.000 aanvullend ingeperkttegen gedupeerder.o. 4.3: alleen schade in causaal verband met OGS-kwalificatie komt voor vergoeding in aanmerking
Drie sporen van inperking: (1) substantieel via art. 120 Gw; (2) causaal via herleiding tot OGS-kwalificatie; (3) procedureel via vervallen van procesbelang in de lichte toets.

Grotere stakingen 2022-2026

DatumSectorWatBron
04-07-2022Boeren20 van 35 supermarkt-distributiecentra geblokkeerdNIPV
11-03-2023BoerenTrekkertrek Den Haag ondanks verbodVRT
16-03-2023ZiekenhuizenLandelijke 24-uurs staking, 64 locatiesFNV
28-09-20237 UMC'sGrootste staking ooit, 24 uurAD
20-11-2023ZiekenhuizenLandelijke staking niet-spoedeisende zorgKNOV
06-06-2025NSRegionale staking NSFNV
2025OnderwijsGrootste staking 2025: 28.000 verloren werkdagen (estafette)CBS
03-03-2026Rijksambtenaren24-uurs staking tegen nullijn; > 1.000 op MalieveldFNV / VCP
14-04-2026RijksambtenarenLandelijke staking Rijk in 6 steden — 160.000 ambtenarenCNV
24-06-2026Openbaar vervoerLandelijke werkonderbreking tot 08.00 uurFNV / NOS

CBS-cijfers werkstakingen

JaarAantalBetrokkenenVerloren dagen
202352
202436~ 20.000~ 54.000
202523~ 10.000~ 60.000
Hoewel het aantal stakingen halveert in 2025, stijgen de verloren werkdagen. Concentratie-effect: minder, maar grotere en langere stakingen.

Vertrouwen in overheid (CBS, % (heel) veel vertrouwen)

JaarTweede KamerPoliticiAmbtenarenGemeente raad
202053,2 %39,7 %49,7 %55,1 %
202142,4 %33,3 %46,2 %
202230,4 %23,8 %42,5 %50,7 %
202329,0 %23,8 %44,0 %51,5 %
202431,3 %25,1 %47,4 %53,4 %
202524,6 % laagst sinds 201221,2 % laagst sinds 201247,1 %54,5 %

Koopkracht, armoede en zorgpremie

JaarKoopkrachtZorgpremie (gem.)Bron
2022− 1,1 %CBS StatLine
2023+ 0,3 %CBS
2024+ 3,6 % (grootst in 20 jr)€ 147,80 (+ € 11,50)CBS 2025/37
2025+ 0,5-0,7 %€ 158,72 (+ € 9,50)FD / Zorgwijzer
2026+ 2,9 % (raming)€ 159,30 (+ € 0,58)CPB CEP 2025 / Zorgwijzer

Armoede en ongelijkheid

IndicatorWaardeBron
Mensen in armoede 2023540.000 (3,1 %)CBS / SCP
Mensen in armoede 2024551.000 (3,1 %) — stijging na 5 jaar dalingCBS 2025/51
Kinderen in armoede 2024~ 92.700NJi
Langdurige armoede (≥ 3 jaar)175.000 mensenCBS
Mensen tot 25 % boven armoedegrens zonder buffer~ 1,2 mlnNibud
Top 10 % huishoudens bezit … van vermogen56 %Trouw / CBS
Top 1 % bezit … van vermogen21,7 %CPB
Top 0,1 % bezit … van vermogen (2023)13 % (~ € 260 mrd)NU.nl / CBS
Werkende armen komen gemiddeld méér tekort dan bijstandsgerechtigden, aldus CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen.

Het langjarige beeld: ongeregeldheden en getroffenen

Onderstaande grafiek geeft het langjarige beeld van stakingscijfers van het CBS sinds 2012, met daarbovenop de betrokken werknemers en verloren werkdagen. De grafiek van het politiek vertrouwen over dezelfde periode is opgenomen aan het begin van dit onderzoek, direct na de samenvatting. Samen tekenen zij het beeld van een samenleving waarin de formele kanalen van politieke representatie en het poldermodel sinds 2020 onder druk staan.

Stakingen, betrokkenen en verloren werkdagen, 2012-2025

Werkstakingen, betrokken werknemers en verloren werkdagen, 2012-2025 (CBS)Stakingen, betrokkenen en verloren werkdagen, 2012-2025Linker as: aantal stakingen (blauwe staven). Rechter as: × 1.000 personen/dagen (lijnen). Bron: CBS010203040506006713320026733340020122013201420152016201720182019202020212022202320242025318.700betrokkenen 201952 stakingenpiek 2023Aantal stakingen (linker as)Betrokken werknemers × 1.000 (rechter as)Verloren werkdagen × 1.000 (rechter as)
Stakingen stegen fors in 2017 en 2019 (educatie, zorg), daalden scherp tijdens corona (2020), piekten in 2023, en halveerden in aantal in 2025 terwijl verloren werkdagen bleven stijgen. Grootschaliger maar langer durende acties. 2026 valt buiten deze CBS-reeks maar telt al twee landelijke rijksambtenarenstakingen en een landelijke OV-staking.

De grafiek leert drie dingen. 2019 was een uitschieterjaar: bij 26 stakingen raakten bijna 319.000 werknemers betrokken en gingen 391.000 werkdagen verloren, voornamelijk in het onderwijs en de zorg. Tijdens corona (2020) verdwenen stakingen niet maar concentreerden ze zich: slechts 9 stakingen, maar nog steeds meer dan 100.000 betrokkenen en 211.000 verloren dagen. Sinds 2022 keert de stakingsbeweging in golven terug, met de piek van 2023 (52 stakingen) samenvallend met de grootste zorgestaken uit de geschiedenis. In 2025 laat zich een nieuw fenomeen zien, minder stakingen, maar langer durende en grootschaliger acties, met de onderwijsstaking van dat jaar goed voor bijna de helft van alle verloren werkdagen. Het CBS-dashboard bevat nog geen data voor 2026, maar het voorjaar van 2026 kende al twee landelijke rijksambtenarenstakingen (3 maart en 14 april) en een landelijke OV-staking (24 juni) die in de historische reeks onmiddellijk tot de top zal behoren.

Affaires en hun slachtoffers

De derde laag van “ongeregeldheden” is niet de staking maar de affaire: het structurele falen van een specifieke overheidstaak dat grote groepen burgers rechtstreeks treft. Onderstaande tabel toont de omvangrijke affaires van de afgelopen vijftien jaar, met waar mogelijk het aantal rechtstreeks getroffenen. De tabel is niet uitputtend; het is een indicatie van de orde van grootte.

AffairePeriodeMensen rechtstreeks getroffenHuishoudens / bedrijvenStatus herstelBron
Toeslagenaffaire2013-heden~ 70.000 aanmeldingen UHT, 35.537 erkend als gedupeerd~ 30.000 huishoudens, duizenden MKB’ersLopend; 92,5 % integrale beoordeling afgerond (4 juli 2025)UHT-dashboard, rijksoverheid.nl
Groninger gaswinning1986-hedenzeker 100.000 mensen in beschadigde woningen~ 26.000 beschadigde woningen, ~ 27.000 gebouwen te versterken~ 1.000 woningen versterkt (2021), 13.000 nog openNU.nl / NCG / SodM
FSV-lijsten Belastingdienst2010-2020~ 1.700 te traceren personen (PwC); tienduizenden in brede scopeNiet openbaarTegemoetkomingsregeling lopendBelastingdienst / NSOB
Gevluchte toeslagengedupeerde gezinnen2013-heden~ 1.000 gezinnen in het buitenland vastgelopen~ 1.000 huishoudens in 32 landenRadar Adviesgroep sinds juli 2022; OTB-programmaRadar / OTB
WW-fraude onterecht (UWV)2018-2020honderdenniet openbaarGedeeltelijk hersteldPOK-rapport
Tolkenaffaire (tolkentoeslag)2016-2019honderden tolkenniet openbaarBeperkt herstelmedia
Overige discriminatiezaken Belastingdienstlopendniet volledig bekendniet openbaarLopend onderzoekCRM, AP

De som van rechtstreeks getroffen burgers bij de drie grootste affaires (toeslagenaffaire, Groningen, FSV) komt uit op ruim 200.000 mensen. Dat is meer dan 1 procent van de Nederlandse bevolking, rechtstreeks geraakt door institutioneel falen van de Nederlandse staat in de afgelopen vijftien jaar. Exclusief de indirect getroffenen, familieleden, werknemers van gedupeerde ondernemers, gemeenten die gedupeerden moesten opvangen, loopt het effect volgens commissie-Donner op tot een veelvoud. De commissie-Donner sprak in 2021 over “onbeschrijfelijke unjust justice” en “ruim 26.000 possibly incorrect gedupeerde ouders”; dat aantal is inmiddels bijgesteld naar ruim 35.500 erkende gedupeerden bij de UHT in 2025.

Wat deze tabel niet toont, maar wel kan worden ingeschat, is de som van doorverwezen schade: kinderen van gedupeerden die in een afgenomen opvoedsituatie opgroeiden, partners die hun baan opzegden om voor de gedupeerde te zorgen, gemeenten die honderden extra bijstands- en schuldhulpdossiers moesten opnemen, huisartsen die de gevolgen van chronische stress en onzekerheid in de spreekkamer zagen. Voor geen van deze groepen bestaat een slachtofferregistratie. De tabel toont de top van de ijsberg.


1. De digitale overheid als falend systeem

De Nederlandse rijksoverheid besteedt jaarlijks circa zes miljard euro aan grote ICT-projecten. Dat is het equivalent van anderhalf procent van de totale rijksbegroting, of, anders geformuleerd, ongeveer 340 euro per Nederlands burger per jaar, alleen al besteed aan ICT-projecten boven de vijf miljoen. Het RijksICT-dashboard dat in 2014 werd gelanceerd om zicht te houden op die projecten, maakt geen deel uit van een wettelijke transparantieverplichting; het is een bestuurlijke afspraak. De Rapportage Grote ICT-activiteiten die sinds 2020 jaarlijks aan de Tweede Kamer wordt uitgebracht, is evenmin in een wet vastgelegd. Beide instrumenten berusten op vrijwillige medewerking van de departementen.

1.1 De balans 2022-2024

De cijfers van de Rapportage Grote ICT-activiteiten over de jaren 2022, 2023 en 2024 vormen samen het meest systematische beeld dat de rijksoverheid van zichzelf heeft gepubliceerd. In 2022 bedroegen de gedocumenteerde meerkosten op grote projecten circa 1,3 miljard euro (AG Connect / Binnenlands Bestuur / Accountant.nl, 23 januari 2023). In 2023 was dat 1,26 miljard euro bij 164 projecten, een gemiddelde meerkost van 21 procent op een totaal begroot volume van circa zes miljard. In 2024 steeg het aantal projecten tot 184 en steeg de gemiddelde meerkost tot 27 procent, wat neerkomt op circa 1,62 miljard euro meerkost alleen al in dat jaar (iBestuur, 6 oktober 2025). Het subtotaal 2022-2024 loopt daarmee op tot circa 4,18 miljard euro.

Voor de periode 2010-2021 ontbreken systematische jaartotalen. De Algemene Rekenkamer doet sinds 1991 onderzoek naar ICT en digitalisering, maar publiceerde pas vanaf 2020 een jaarlijks samengevoegd totaal. Op basis van afzonderlijke dossiers (Omgevingswet, Belastingdienst SUWINet en Loonaangifte, UWV W-systemen, Groningen-versterking DICTU, C2000) kan een conservatieve schatting van één tot drie miljard euro worden gemaakt voor de periode 2010-2021. De cumulatieve schatting 2010-2026 komt daarmee uit op vijf tot zeven miljard euro direct gedocumenteerde meerkosten, exclusief projecten onder vijf miljoen en exclusief opportunistische kosten zoals doorlopend onderhoud aan verouderde systemen.

1.2 Wie is verantwoordelijk?

De verantwoordelijkheid voor een faalproject ligt in het Nederlandse bestuursmodel op vier niveaus. De minister is eindverantwoordelijk voor het beleidsterrein en tekent voor de begroting. De secretaris-generaal is het administratief hoofd van het departement. De departementale chief information officer (CIO) is technisch verantwoordelijk voor de uitvoering. Sinds 2024 coördineert de CIO Rijk (sinds de instelling van de functie vervuld door Art de Blaauw) rijksbreed. Het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT), ingesteld bij de Instellingswet Adviescollege ICT-toetsing (Stb. 2024-42, inwerking 1 juli 2024) en de voorloper daarvan (BIT, tot 2024), toetst sinds 2015 projecten boven de vijf miljoen op hun kans van slagen.

Essentieel hierbij is dat het AcICT adviseert, niet beslist. Een advies om een project te stoppen kan door de verantwoordelijke minister worden genegeerd. Dat is in 2019 gebeurd bij Vernieuwd Praeventis van het RIVM: het toenmalige BIT adviseerde stopzetting in januari 2019, maar pas in 2025 werd een vervolgproject (Doorontwikkeling Praeventis) opgestart. Bij DUO DAB heeft het AcICT vijf keer ingegrepen sinds 2019 zonder het project tot stilstand te kunnen brengen; pas eind 2023 werd het gepauzeerd voor heroriëntatie, en inmiddels is het hernoemd tot Bekostigen vernieuwt. Bij Defensie GrIT is het AcICT sinds 31 mei 2016 zes keer ingegrepen, en het programma loopt nog steeds.

De verantwoordelijke bewindspersoon verschilt per project en per jaar. Voor STAP-budget was dat Karien van Gennip (SZW) en Robbert Dijkgraaf (OCW) in de periode dat de regeling werd ontworpen en uiteindelijk werd afgeschaft. Voor DUO DAB was dat achtereenvolgens Dijkgraaf en Eppo Bruins. Voor Defensie GrIT ging de verantwoordelijkheid van Ank Bijleveld via Kajsa Ollongren naar Ruben Brekelmans. Voor de modernisering van de omzetbelasting bij de Belastingdienst is dat de staatssecretaris van Financiën. De DG Belastingdienst is sindsdien Peter Smink, de CIO is Bart de Jongh.

1.3 De Belastingdienst als casus

De Belastingdienst is binnen dit verhaal een bijzonder geval. Niet alleen vanwege de toeslagenaffaire die in dit orgaan ontstond, maar ook omdat de jaarlijkse ICT-kosten van de Belastingdienst in 2022 opliepen tot 849 miljoen euro, een stijging van 80 procent in tien jaar tijd (NRC, geciteerd door Taxence). Het centrum van de Belastingdienst draait op systemen die in de jaren tachtig en negentig zijn gebouwd in COBOL en Cool:Gen. De race tegen de klok om die systemen te vervangen voordat de laatste programmeur met pensioen gaat, is een bekend verschijnsel in internationale ICT-literatuur, maar in Nederland heeft het een extra dimensie gekregen door de modernisering van de omzetbelasting.

In 2025 won het Amerikaanse Fast Enterprises een aanbesteding van 190 miljoen euro voor de vernieuwing van de btw-verwerking (Techzine). De keuze voor een Amerikaanse leverancier voor een kernsysteem van de Nederlandse fiscale soevereiniteit is op zichzelf al een inhoudelijke vraag. Die vraag werd urgent toen concurrent Capgemini de gunning in kort geding aanvocht. De rechtbank Den Haag wees die vordering op 12 maart 2025 af (ECLI:NL:RBDHA:2025:3645), maar het AcICT had in mei 2024 al gewaarschuwd voor het faalrisico van de modernisering. Een faal zou betekenen dat de inning van btw, de grootste inkomstenbron van de Nederlandse staat na inkomstenbelasting, wordt aangetast.

1.4 Defensie en het thema aanbestedingen

Op 20 mei 2026 publiceerde de Algemene Rekenkamer een bevinding die het kader van dit onderzoek verbreedt. Het ministerie van Defensie volgt de aanbestedingsregels onvoldoende, met 4,4 miljard euro aan fouten en onzekerheden in 2025. Hoewel dit niet uitsluitend ICT betreft, is het ICT-aandeel aanzienlijk. De ADR-controleverklaring van Defensie is verstrekt met beperking. De bevinding past in een patroon dat ook bij GrIT zichtbaar is: het ministerie dat in de publieke perceptie synoniem is met orde en纪律, slaagt er intern niet in de basisregels van aanbesteding en uitvoering na te leven.

1.5 Het Rijk in de cloud

In januari 2025 publiceerde de Algemene Rekenkamer het rapport “Het Rijk in de cloud”. De conclusie was dat het Rijk ondoordacht cloudbeleid voert: slechte contracten, lock-in bij grote Amerikaanse providers, en onvoldoende waarborging van de digitale soevereiniteit. Het rapport past in een bredere internationale trend van heroverweging van cloud-afhankelijkheid, maar in Nederland heeft het een specifiek gewicht omdat de overheidsdata in kwestie onder de Algemene Verordening Gegevensverkeer (AVG) vallen. Een overheid die haar eigen gegevens niet meer beheerst, kan haar eigen taken niet meer volledig controleren.


2. De declaratie-blackbox van het kabinet

Naast het falen in de digitale uitvoering is er een tweede, minder zichtbaar probleem: de afwezigheid van structurele transparantie over wat bewindspersonen declareren. De Wet open overheid die op 1 mei 2022 in werking trad, schrijft in artikel 3.1 actieve openbaarmaking voor voor documenten met een “maatschappelijke relevantie”. In artikel 3.2 worden “geïnstitutionaliseerde adviezen” expliciet genoemd. Er is echter geen actieve openbaarmakingsregeling voor declaraties van bewindspersonen, hoewel die in een bepaalde zin geïnstitutionaliseerd zijn: ze worden periodiek gedaan, op basis van een vast kader, en betaald uit publieke middelen.

2.1 Wat boven water komt, komt boven via Woo

Wat er aan openbaarheid is, ontstaat door incidentele Woo-verzoeken. Het Woo-besluit op het verzoek over de declaraties van Dick Schoof werd op 22 augustus 2024 genomen en op 12 september 2024 in een kamerbrief door Van Weel (JenV) bevestigd (Kamerstuk 36410-VI-107). De inventarislijst en bijbehorende documenten zijn deels openbaar gemaakt op open.overheid.nl. Het Woo-besluit op het verzoek over de kosten van het regeringsvliegtuig werd op 5 maart 2026 genomen, naar aanleiding van een regeringsvlucht naar Suriname op 30 november 2025. De documentenlijst is eveneens deels openbaar.

Beide besluiten zijn gedeeltelijk openbaar. Dat betekent dat er categoriën van informatie zijn geweigerd, veelal met een beroep op de uitzonderingen van artikel 5.1 Woo (bijvoorbeeld privacy van derden, of de veiligheid van de staat in het geval van het regeringsvliegtuig). Een volledig beeld van wie wat declareerde, in welke hotels werd overnacht, en welke vluchten met het regeringsvliegtuig zijn gemaakt, vereist analyse van de inventarislijsten die bij de besluiten horen, en die analyse is niet in dit onderzoek uitgevoerd wegens beperkte toegang tot de PDF-bijlagen.

2.2 Wat welStructureel bekend is

Structureel gepubliceerd worden alleen totale begrotingsposten. De begroting voor het regeringsvliegtuig bedroeg in 2024 circa 303.000 euro (Kamerstuk 2025D19977) en was nagenoeg volledig uitgeput. De aanschaf van een nieuw regeringsvliegtuig, een Boeing BBJ, heeft in de periode 2017-2024 circa 89 miljoen euro gekost na verkoop van het oude toestel voor 3,7 miljoen euro (NOS; De Gelderlander). Het jaarverslag van het ministerie van Buitenlandse Zaken over 2024 vermeldt circa 36 miljoen euro voor onder andere reiskosten, maar dat is een departementale post, geen individualiserbaar bedrag.

Een ranglijst van de top-10 duurste declaraties van bewindspersonen 2022-2026 kan niet feitelijk worden samengesteld zonder tien afzonderlijke Woo-verzoeken bij tien ministeries. De afwezigheid van die ranglijst is een bevinding op zich. In een democratie die zichzelf “open overheid” noemt, is de afwezigheid van een periodiek overzicht van declaraties van degenen die het land besturen een structurele translucentiekloof.

2.3 De procedurele handleiding

Wie het beeld compleet wil maken, kan als volgt te werk gaan. Per bewindspersoon per jaar kan een Woo-verzoek worden ingediend bij het betreffende ministerie, gericht aan de Woo-functionaris (art. 4.1 Woo). De termijn voor een besluit is vier weken, verlengbaar met vier weken (art. 5.1 Woo). Bij niet-tijdige besluitvorming is een dwangsom van 70 euro per dag verschuldigd, oplopend tot maximaal 1.758 euro (art. 4:17 Awb). Voor het overzicht van totale declaratiekosten per kabinet kan een Woo-verzoek worden gericht aan het ministerie van Algemene Zaken, met een beroep op de actieve openbaarmakingsplicht van artikel 3.1 Woo. Dit onderzoek doet een aanbeveling tot het indienen van zulke verzoeken, maar voert ze niet zelf uit.


3. Rob Jetten en de smeekbede

Op 17 februari 2026 schreven Kristie Rongen, die tegen wil en dank het gezicht van de toeslagenaffaire is geworden, en de onderzoeker Krijn ten Hove een openlijke smeekbede aan wie toen nog informateur was en binnen een week premier zou worden: Rob Jetten. De smeekbede, door Hart van Nederland op dezelfde dag gepubliceerd en door De Telegraaf in de rubriek “Wat u zegt” overgenomen, luidde in de kern: herbenoem Sandra Palmen niet als staatssecretaris Herstel Toeslagen in het nieuwe kabinet. “Er ligt tienduizenden dossiers die nog financieel afgewikkeld moeten worden. Als het zo doorgaat onder deze bewindsvrouw zijn we pas over 25 jaar van de hele toeslagenaffaire af.”

Vijf dagen later, op 23 februari 2026, werd het kabinet-Jetten beëdigd. Sandra Palmen, die al per 5 september 2025 als partijloze staatssecretaris Herstel Toeslagen was overgedragen uit het kabinet-Schoof, werd opnieuw beëdigd. Rongen en ten Hove kregen geen openbare reactie van Jetten. In een LinkedIn-post van 30 oktober 2025 noemde ten Hove de herbenoeming van Palmen een “valse start bij toeslagengedupeerden”. Jetten distantieerde zich in openbare bron niet. Bij het Kamerdebat van 4 maart 2026 over de dossiers van ouders in de toeslagenaffaire was Jetten niet aanwezig; alleen Palmen nam namens het kabinet het woord.

Palmen had in de aanloop naar het debat zelf aangekondigd te stoppen met dwangsommen voor toeslagenouders, een beslissing die de Kamer schokte. Palmen noemde het zelf “erg pijnlijk” (Trouw). De Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen stelde in dezelfde periode dat de informatievoorziening aan gedupeerde ouders nog altijd niet op orde is (Taxlive).

3.1 Wat Jetten in 2024-2026 beloofde

In de onderzochte openbare bron 2024-2026 zijn geen concrete, gedateerde beloften van Rob Jetten aan individuele toeslagenouders gevonden. Het coalitieakkoord “Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland” van 30 januari 2026, opgesteld onder informateur Rianne Letschert, noemt de hersteloperatie van de toeslagenaffaire in algemene zin, maar bevat geen specifieke toezeggingen van Jetten persoonlijk aan ouders.

In een zeldzaam publiek commentaar verdedigde Renske Leijten, oud-SP-Kamerlid en een van de twee klokkenluiders van de toeslagenaffaire samen met Pieter Omtzigt, de keuze voor Palmen: “Het is niet zo dat je er maar weer eventjes een ander poppetje neerzet en dat er dan ander beleid komt. Sandra Palmen kan in mijn optiek deze betrekking prima aan, ik pleit er alleen voor dat zij ondersteuning krijgt.” Het is een opmerking die in twee richtingen leest: als steun aan Palmen persoonlijk, en als kritiek op een kabinet dat een staatssecretaris op een onmogelijke post zet zonder voldoende middelen.

3.2 De prevalentie van non-respons

De non-respons van Jetten op de smeekbede van Rongen en ten Hove past in een breder patroon. In de dossierpraktijk van individuele gedupeerden is non-respons van bewindspersonen en uitvoeringsorganisaties eerder regel dan uitzondering. De dwangsomregeling van artikel 4:17 Awb bestaat niet voor niets. De Wet herstel toeslagen zelf kent in artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid van een dwangsom bij niet-tijdige besluitvorming, een bepaling die zo veelvuldig is toegepast dat de totale dwangsommen die de Belastingdienst in 2025 aan toeslagenouders verschuldigd was opliep tot 363 miljoen euro (Voorjaarsnota 2025), opgelopen tot 59 miljoen euro aan reeds betaalde dwangsommen alleen al tot mei 2026 (Trouw, 24 mei 2026).

De non-respons van een premier op een openlijke smeekbede van twee gezichten van het drama dat zijn ambt heeft gevormd, is in dat licht geen beleidskeuze maar een symptoom. Het wijst op een bestuurlijk systeem waarin de afstand tussen het Catshuis en de busjes van gedupeerden zodanig is gegroeid dat een handtekening onder een coalitieakkoord meer gewicht krijgt dan een handtekening onder een smeekbede.


4. De wankelende Raad van State

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) is de hoogste bestuursrechter in Nederland. In de periode 2024-2026 perkt de Afdeling het toeslagenherstel langs drie sporen in. Drie uitspraken vormen de kroongetuigen.

4.1 Substantieel, het forfait van 500 euro onttrokken aan toetsing

Op 2 juli 2025 wees de Afdeling bestuursrechtspraak ECLI:NL:RVS:2025:2864. De uitspraak gaat over de forfaitaire vergoeding van 500 euro per halfjaar die in artikel 2.3, vierde lid, van de Wet herstel toeslagen is vastgelegd als vergoeding voor de veronderstelde stress, ongemak en onzekerheid over de periode tussen de eerste onterechte beschikking en de eerste compensatiebeschikking. In r.o. 9.4 tot en met 9.7 stelt de Afdeling vast dat de wetgever een gemotiveerde keuze heeft gemaakt voor dit bedrag, aansluitend bij het advies “Omzien in verwondering” van het AUT van 14 november 2019, en dat een amendement voor een hoger bedrag op 5 oktober 2022 niet is aangenomen. De conclusie:

“Omdat de wetgever een gemotiveerde keuze heeft gemaakt om in het kader van de integrale beoordeling forfaitair een bedrag van € 500,00 per half jaar toe te kennen, heeft de bestuursrechter geen ruimte om de hoogte van dit bedrag te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel.”

De Afdeling voegt daaraan toe dat discriminatiebevindingen van het College voor de Rechten van de Mens en boetes van de Autoriteit Persoonsgegevens niet meebrengen dat de forfaitaire Wht-bepaling anders moet worden aangemerkt. Het toetsingsverbod van artikel 120 van de Grondwet is hier het schild.

4.2 Causaal, het verband herleid tot één deelaspect

Op 3 juni 2026 wees de Afdeling bestuursrechtspraak ECLI:NL:RVS:2026:3166 (zaak 202504054/1/A2). De uitspraak gaat over de Catshuisregeling van 30.000 euro forfait en de vraag welke schade in aanmerking komt voor aanvullende vergoeding. In r.o. 4.3 formuleert de Afdeling:

“De werkelijke schade, als bedoeld in artikel 2.6, derde lid, van de Wht, komt slechts voor vergoeding in aanmerking voor zver deze in causaal verband staat met de onterechte weigering van de persoonlijke betalingsregeling wegens de OGS-kwalificatie.”

In r.o. 4.4 wordt artikel 2.6, vierde lid, Wht toegepast: geen aanvullende uitbetaling als de Catshuisregeling al is uitbetaald. Werkelijke schade tot maximaal het resterende verschil, circa 24.400 euro, komt in aanmerking. Het causale verband wordt daarmee herleid tot één deelaspect van het institutionele falen: de OGS-kwalificatie en de persoonlijke betalingsregeling. Het bredere institutionele falen, de jarenlange onterechte beschuldiging, de invries bij de gemeente, de maatschappelijke isolatie, het verlies van bedrijf en gezin, valt buiten het causaal kader.

4.3 Procedureel, procesbelang dat komt te vervallen

Op 25 februari 2026, dezelfde dag waarop een eerdere uitspraak in zaak 202500512/1/A2 werd gewezen, oordeelde de Afdeling dat het procesbelang in de procedure over de lichte toets van de Catshuisregeling vervalt zodra de integrale beoordeling is afgerond. In r.o. 7.1:

“Om alsnog te bereiken dat een ouder als een gedupeerde wordt aangemerkt en daarmee aanspraak kan maken op tenminste de € 30.000,00 dient de ouder zijn of haar gronden in de procedure over de integrale beoordeling aan te voeren. Dat betekent dat het procesbelang van [appellante] in deze procedure over de uitkomst van de lichte toets is komen te vervallen.”

De dubbele toets die de wet mogelijk maakte, eerst de lichte toets, dan de integrale beoordeling, wordt hiermee gefuseerd. De gedupeerde verliest een bezwaarsgrond.

4.4 De syntheses

De drie sporen samen vormen een inhoudelijke rechtswending. Substantieel wordt het forfaitaire bedrag aan rechterlijke toetsing onttrokken via het toetsingsverbod. Causaal wordt het vereiste verband herleid tot één deelaspect van het falen. Procedureel vervalt een onafhankelijke bezwaarsgrond. Een gedupeerde die in 2021 op basis van de wetsgeschiedenis en de Memorie van Toelichting verwachtte dat de bestuursrechter de hoogte van de immateriële schadevergoeding zou toetsen aan het evenredigheidsbeginsel, dat het causaal verband het brede institutionele falen zou meebrengen, en dat de lichte toets een zelfstandige procedurele waarde had, ziet die verwachting in 2026 op drie punten gefrustreerd.

4.5 De Raad van State als wetgevingsadviseur

Naast de bestuursrechtspraak heeft de Raad van State een tweede taak: het adviseren over wetsvoorstellen (art. 73 Gw). Het advies van de Raad op de Wet herstel toeslagen werd in de Eerste Kamer op 1 november 2022 besproken als “behoorlijk negatief”. In het jaarverslag 2023 van de Raad blijkt dat in 10,3 procent van de wetsadviezen een negatief dictum werd gegeven; de Wht behoorde tot die categorie. Op 16 april 2026 nam de Tweede Kamer een motie aan waarin de regering wordt verzocht de Afdeling advisering te vragen de nieuwe schaderoutes (MijnHerstel en SGH) te toetsen op rechtsbescherming en gelijke behandeling. Het is een zeldzame parlementaire interventie in de adviserende taak van de Raad.

4.6 De Raad van State en de verschuiving van Triple R naar Triple E

Het vorige onderzoek in deze reeks, New Public Management: de stille bodem waarop de toeslagenaffaire groeide, tekende de centrale verschuiving die ABDTOPConsult in zijn essay voor de parlementaire enquêtecommissie vaststelde: NPM verdrong de klassieke rechtmatigheids-oriëntatie van de overheid door een economieparadigma. De old public administration stuurde op de drie R’en:

Oud — Triple RNPM — Triple E
Rechtmatigheid (wettelijk handelen)Economy (zuinigheid)
Rechtgelijkheid (gelijke behandeling)Efficiency (doelmatigheid)
Rechtzekerheid (voorspelbaarheid voor de burger)Effectiveness (doeltreffendheid)

De drie sporen van inperking die de Afdeling bestuursrechtspraak in 2024-2026 zichtbaar maakte, lezen opvallend goed in dat Triple E-register. Zij maken zichtbaar dat niet alleen de uitvoerende overheid, maar ook de hoogste bestuursrechter inmiddels in het economieparadigma opereert, en niet langer in het rechtmatigheidsparadigma dat de Grondwet van 1848 en het EVRM van 1950 haar voorschrijven.

RvS-uitspraak (3 sporen)Triple R-bescherming die wegvaltTriple E-overweging die haar verdringt
Substantieel — ECLI:NL:RVS:2025:2864 (forfait 500 euro onttrokken aan rechterlijke toets via art. 120 Gw)Rechtmatigheid: de rechter kan niet meer toetsen of een wettelijk forfait de ware omvang van immateriële schade dektEconomy: een forfait is “zuinig” met overheidsmiddelen en beheersbaar in de begroting; de raad verschuift de verantwoordelijkheid naar de wetgever, die zelf in Economy-denken kiest
Causaal — ECLI:NL:RVS:2026:3166 (verband herleid tot OGS-kwalificatie en betalingsregeling)Rechtsgelijkheid: gedupeerden wier schade voortkomt uit andere deelaspecten (rationeel-discriminerende risicomodellen, FSV-invries, taalbarrières) krijgen geen gelijke behandelingEfficiency: een small causaal kader is “doelmatig” omdat het de afhandeling versnelt en voorkomt dat elke gedupeerde een eigen causaliteit moet bewijzen
Procedureel — ECLI:NL:RVS:2026:3166 (procesbelang lichte toets Catshuisregeling vervalt zodra IB afgerond)Rechtszekerheid: de burger verliest een zelfstandige bezwaarsgrond; de procedurele structuur die de wet voorhield wordt achteraf gewijzigdEffectiveness: één procedure in plaats van twee is “doeltreffender”; dubbele toets wordt gefuseerd tot enkele toets om de doorloop van de hersteloperatie te versnellen

Hieruit volgen drie bevindingen. De eerste is dat de RvS kiest voor de beheersbaarheid van het herstelapparaat, niet voor de rechten van de gedupeerde. Het forfait is begrotingslogica, niet rechtlogica. De causale herleiding is administratieve efficiëntie, niet rechtsgelijkheid. De procedurele fusie is doorlooptijdverkorting, niet rechtsbescherming. De tweede bevinding is dat het toetsingsverbod van artikel 120 van de Grondwet, ooit bedacht om de scheiding der machten te garanderen, nu werkt als schild voor een wetgever die in Economy-denken een forfait vaststelt. Artikel 120 Gw beschermt de wetgever tegen de rechter, maar beschermt niet de burger tegen de wetgever. De derde bevinding is dat in een rechtssysteem dat zichzelf weerbaar toont tegen discriminatie en onzorgvuldigheid door uitvoerders, de hoogste bestuursrechter de ruimte had moeten nemen om de verhouding tussen forfait en werkelijke schade te toetsen aan het evenredigheidsbeginsel van artikel 3:4 Awb en artikel 14 EVRM. De Afdeling kiest die ruimte niet. Zij kiest het economieparadigma.

De drie uitspraken zijn op zichzelf genomen verdedigbaar in een strikt-legalistische lezing van de Wet herstel toeslagen. Maar in samenhang met de bevindingen van het NPM-onderzoek tonen zij dat de verschuiving die in 2023 formeel werd afgeschaft (BZK zette NPM bij grofvuil) in de jurisprudentie van 2024-2026 in volle omvang doorwerkt. Het institutionele automatisme dat NPM in de uitvoering mogelijk maakte, wordt door de RvS in de rechterlijke macht bekrachtigd. Waar de wetgever faalt in rechtmatigheid, geeft de rechter geen correctie, uit respect voor de wetgever, en uit efficiency-overwegingen.


5. De brief aan Marijnissen, de vergeten groep in het buitenland

De tussenrapportage van de Speciale JoEdisch-coördinator (SJD) die in 2026 aan gedupeerden werd gestuurd, roept de vraag op wie namens de gedupeerden spreekt die buiten de Nederlandse postcode vallen. Onderstaande brief is de reactie van een van die gedupeerden op de tussenrapportage. De brief staat hier integraal, als primair bronmateriaal. De schrijver is gedupeerde in het kader van de toeslagenaffaire en behoort tot de groep van circa duizend gezinnen die als gevolg van de affaire in het buitenland (vast) zijn komen te zitten.

Onderwerp: Tussenrapportage SJD, de vergeten groep: gedupeerdde gezinnen in het buitenland

Geachte mevrouw Marijnissen,

Met grote belangstelling heb ik uw tussenrapportage gelezen. Het stemt mij hoopvol dat er eindelijk iemand met zoveel energie en betrokkenheid het land in trekt om de sociaaljuridische problemen van mensen in kaart te brengen. Uw woorden over het toeslagenschandaal raakten mij persoonlijk.

Toch mis ik in uw rapportage een groep die naar mijn mening niet vergeten mag worden: de ruim 1000 gezinnen die als gevolg van de toeslagenaffaire in het buitenland (vast) zijn komen te zitten. Wij zijn daar zelf één van.

Onze familie heeft diepe wortels in Nederland. De naam Van der Velden komt al voor in documenten uit de 14e eeuw, al werd de spelling pas officieel vastgelegd in 1811, toen Napoleon de Burgerlijke Stand invoerde. Vóór die tijd wisselde de spelling per generatie in de archieven. Het is een naam met geschiedenis, met verbondenheid aan dit land. En toch staan wij, en ruim duizend gezinnen met ons, buitenspel.

U schrijft dat het recht halen afhankelijk is van postcode en portemonnee. Voor ons geldt dat nog sterker: wij hebben geen Nederlandse postcode meer. Wij vallen buiten de scope van uw opdracht, buiten de gemeentelijke loketten, buiten het Juridisch Loket. En toch zijn wij gedupeerden van datzelfde systeem dat u wilt verbeteren.

Mijn vraag aan u is dan ook: waarom wordt er in uw tussenrapportage, en naar het zich laat aanzien ook in de opdracht zelf, niet gesproken over de gezinnen die in het buitenland vastzitten als gevolg van de toeslagenaffaire? Worden wij meegenomen in het eindrapport? En zo niet, wie spreekt er dan namens ons?

Ik hoop van harte dat u bereid bent hier aandacht aan te besteden, want ook wij verdienen het om gehoord te worden.

Met vriendelijke groet,

John van der Velden

5.1 Wat de brief signaleert

De brief signaleert een reeks problemen die in de formele hersteloperatie onderbelicht blijven. Het eerste is het probleem van de juridische bereikbaarheid. Het Juridisch Loket is, anders dan vaak wordt aangenomen, wél toegankelijk voor gedupeerde ouders, ook voor hen die in het buitenland verblijven. Maar de juridische dekking houdt daar op. Het maken van bezwaar tegen een beslissing van de Belastingdienst of de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen kan voor een buitenlandgedupeerde langs geen enkele bestuursrechtelijke route meer, maar enkel via de civiele route. En op die civiele route sturen de stafjuristen van de directeur-generaal Herstel Toeslagen bij het ministerie van Financiën consequent aan op afwijzing.

Dit werd zichtbaar in een persoonlijk online gesprek dat de auteur van deze brief voerde met de toenmalig directeur-generaal Herstel Toeslagen, Dennis Levy de Graaf, werkzaam in nauwe samenwerking met Thomas van Zon, en zijn stafjuristencoördinator Ida Petter. In dat gesprek bleek geen reëel overleg mogelijk. De stafjuristencoördinator kapte de gesprekspartner herhaaldelijk af. Een eerder gesloten overeenkomst met de Staat werd, in weerwil van haar eigen rechtskracht, van tafel geveegd. De boodschap was niet subtiel: rechten worden verder geschonden, niet hersteld. Gedupeerde blijft gedupeerd; aan eerherstel werken wij niet.

De civiele route die dan overblijft is voor de meeste gedupeerden niet begaanbaar. Een advocaat vraagt een voorschot van 8.000 tot 10.000 euro. De verwachte schadevergoeding komt, zo luidt de practical wisdom onder ingewijden, zelden hoger dan 12,5 tot 25 procent van de daadwerkelijke schade. Hoger zal men niet komen. Dat komt niet doordat het recht dat dicteert, het komt doordat de civiele schaderoutes zelf onder zware regie staan van het ministerie van Financiën, dat in de afgelopen jaren al honderden miljoenen aan dwangsommen heeft moeten betalen wegens verkeerd handelen (363 miljoen euro begroot in de Voorjaarsnota 2025; 59 miljoen effectief betaald tot mei 2026). Die dwangsommen drukken zwaar op de begroting, en MinFin regisseert daarom de civiele afwikkeling strak. Wie niet danst naar de pijpen van het ministerie, een eigenstandige rechtspositie inneemt, een hogere eis stelt, een onafhankelijke expert inschakelt, of weigert een lagere vergoeding te accepteren, loopt tegen een muur van bestuursjuridische en civiele tegenwerking aan. De onderlinge afstemming onder betrokken juristen maakt dat de uitkomst van een procedure op voorhand al bekend is, en die uitkomst ligt niet in het voordeel van de gedupeerde. De Staat heeft, in de waarneming van de gedupeerde, ontnomen en zal met zijn Triple E-denken blijven ontnemen: Economy boven Rechtmatigheid, Efficiency boven Rechtsgelijkheid, Effectiveness boven Rechtszekerheid. Het economieparadigma dat in 2023 formeel bij grofvuil werd gezet, is in de civiele praktijk van het herstel volop in werking.

Het tweede is het probleem van de institutionele zichtbaarheid. De groep van gevluchte toeslagengedupeerde gezinnen wordt in de opdracht van de Speciale JoEdisch-coördinator niet genoemd. De Stichting Toeslagenaffaire Slachtoffers en de belangenorganisaties richten zich primair op in Nederland verblijvende gedupeerden. Radar Adviesgroep en de Stichting Gelijkwaardig Herstel hanteren verschillende scopes voor buitenlandgevallen, maar in de publieke communicatie over het herstel zijn die scopes niet altijd duidelijk.

Het derde is het probleem van de politieke vertegenwoordiging. Tweede Kamerleden krijgen post van ingezetenen; het is een praktische beperking. Een brief uit het buitenland bereikt de Kamer, maar krijgt niet het gewicht van een brief uit de eigen kieskring. De smeekbede van Rongen en ten Hove aan Jetten kreeg publieke aandacht omdat zij in Nederland verblijven en gezichten van de affaire zijn. Een zelfde smeekbede vanuit het buitenland zou die aandacht waarschijnlijk niet krijgen.

5.2 Hoeveel gezinnen zijn het?

De schatting van “ruim duizend gezinnen” die in de brief wordt genoemd is een conservatieve schatting op basis van onderzoek van Radar Adviesgroep en de Stichting Toeslagenaffaire Slachtoffers. Radar is sinds juli 2022 actief in ongeveer tweeëndertig landen voor buitenlandgedupeerden; het exacte aantal gezinnen dat als gevolg van de affaire in het buitenland is vastgelopen is niet openbaar gepubliceerd. Het is een van de cijfers die via een Woo-verzoek bij het ministerie van Financiën of bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen zijn op te vragen.

5.3 De recht op gehoord worden

Het recht om gehoord te worden is in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd als zorgplicht, en in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Mensenrechten als recht op een eerlijk proces. Voor een gedupeerde die in het buitenland zit en die niet op een Nederlandse postcode kan terugvallen, is dat recht een papieren realiteit. De brief aan Marijnissen herinnert de Speciale JoEdisch-coördinator en, meer in het algemeen, de Nederlandse staat aan de plicht om ook die groep in het herstel te betrekken. Dat is geen gunst, maar een recht.

5.4 De slager keurt zijn eigen vlees, het conflict of interest in het herstelapparaat

De waarneming van de auteur van deze brief reikt verder dan de eigen casus. Zij wijst op een structureel conflict of interest in de inrichting van het herstel dat tot op heden onvoldoende is benoemd. De observatie luidt: de slager keurt zijn eigen vlees, en versobert alle compensatie die een ruimhartig herstel zou moeten zijn volgens de wet.

De ivoren toren van MinFin

Het ministerie van Financiën, dat in de toeslagenaffaire de uitvoerder was die het onrecht beging, is tegelijk de ontwerper van het herstel, de financierder van het herstel, de beoordelaar van de schade, en de controleur van de beoordeling. Die vier rollen zijn in één en dezelfde organisatie ondergebracht. DG Herstel Toeslagen (tot voor kort Dennis Levy de Graaf, met Thomas van Zon) zit bij het ministerie van Financiën. De stafjuristen die de schadevergoedingen vaststellen, de modules van de herstelroutes ontwerpen, en de WGbo-beoordelingen uitvoeren, zijn ambtenaren van datzelfde ministerie. De Algemene Rekenkamer die toezicht hooudt, is afhankelijk van de informatie die datzelfde ministerie aanlevert. Het Adviescollege ICT-toetsing toetst IT-projecten, niet de inhoud van de herstelmodules. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toetst aan de wet, maar kan de wet niet maken (art. 120 Gw), en de wet is geschreven door datzelfde ministerie.

Ida Petter en de stilte van een vertrekkende ambtenaar

Wat de waarneming van de auteur onderstreept, is de positie van de stafjuristencoördinator Ida Petter. Uit openbare LinkedIn-felicitaties van oud-collega’s blijkt met hoeveel trots wordt teruggekeken op de samenwerking met haar aan het beleid en de modules van de Stichting Gelijkwaardig Herstel (SGH), en aan de wijze waarop het ministerie van Financiën het gehele SGH-apparaat in elkaar heeft gezet. De felicitaties zijn tegelijk een inadvertent folio: zij bevestigen dat SGH, dat in de publieke communicatie wordt gepresenteerd als een onafhankelijke herstelorganisatie, in feite een instrument is dat door het ministerie van Financiën is ontworpen, gebouwd en aangestuurd. De zogenoemde onafhankelijkheid van SGH is organisatorisch, niet inhoudelijk. Het beleid komt uit de ivoren toren van MinFin; SGH voert uit.

Dat Ida Petter inmiddels is vertrokken naar een nieuwe positie in Delft, de online felicitaties zijn afscheidsgroeten, past in een patroon dat ook bij andere integrity-whistleblowers zichtbaar is geworden: wie binnen een uitvoeringsorganisatie gewetensproblemen krijgt met de inhoud van het werk, vertrekt uiteindelijk zelf. De organisatie zelf blijft. Het beleid blijft. De modules blijven. En de gedupeerde blijft gedupeerd.

De cirkel van ontwerp, uitvoering en beoordeling

De driehoek MinFin, SGH, Rechter kan als volgt worden getekend:

Rol in het herstelWie vervult de rolConflict
Dader (de Staat die het onrecht beging)Ministerie van Financiën / Belastingdienst
Wetgever (ontwerper van de Wht en uitvoeringsregelingen)Ministerie van Financiën, via Tweede KamerDader = wetgever
Ontwerper van herstelmodules (SGH-Herstmethode, MijnHerstel, CWS)Ministerie van Financiën, DG Herstel ToeslagenDader = ontwerper
Financierder van herstelorganisatiesMinisterie van FinanciënDader = financierder
Beoordelaar van schade (DG Herstel Toeslagen stafjuristen)Ministerie van FinanciënDader = beoordelaar
Behandelaar van bezwaar (civiel, want bestuursrecht dicht)Ministerie van Financiën / StaatDader = bezwaar-behandelaar
Beoordelaar van beroep (bestuursrechter ABRvS)Raad van StateOnafhankelijk, maar kan wet niet toetsen (art. 120 Gw)
Controleur van uitvoering (Algemene Rekenkamer)RekenkamerOnafhankelijk, maar afhankelijk van MinFin-informatie
Toezichthouder op gedrag (Nationale Ombudsman)Nationale OmbudsmanOnafhankelijk, maar bindende uitspraken ontbreken

In zeven van de negen rollen in het herstelapparaat is het ministerie van Financiën zelf betrokken. De onafhankelijke instanties (ABRvS, Rekenkamer, Ombudsman) werken onder beperkingen: de rechter kan de wet niet toetsen, de Rekenkamer is afhankelijk van informatielevering, de Ombudsman heeft geen bindende bevoegdheid. Het resultaat is een herstelsysteem waarin de veroorzaker van het onrecht in staat is zijn eigen verantwoordelijkheid te ontwerpen, uit te voeren, te beoordelen en te verdedigen. Dat is wat de auteur van de brief bedoelt met de slager keurt zijn eigen vlees.

De versobering van het ruimhartig herstel

De Wet herstel toeslagen (Wht) sprak in haar Memorie van Toelichting van een “ruimhartig herstel”. De Kamer sprak in 2021-2022 van “soepele” procedures en “ruimhartige” compensatie. In de uitvoering is dat ruimhartigheidsbeginsel stap voor stap versobert:

  • De Catshuisregeling van 30.000 euro forfait is, na de ABRvS-uitspraak van 3 juni 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:3166), aanvullend ingeperkt tot schade die in causaal verband staat met de OGS-kwalificatie. Werkelijke schade boven het resterende verschil komt niet meer in aanmerking.
  • De forfaitaire immateriële schadevergoeding van 500 euro per halfjaar is via het toetsingsverbod van artikel 120 Gw aan rechterlijke toetsing onttrokken (ECLI:NL:RVS:2025:2864).
  • De aanvullende immateriële schadevergoeding wordt bij erkende gedupeerden ingehouden via een verkeerde wettelijke grondslag (zoals gedocumenteerd in het Follow-the-Money-onderzoek): de Afdeling stelde in r.o. 9.5 van ECLI:NL:RVS:2025:2864 dat het forfait in de integrale beoordeling en de aanvullende compensatie “andere immateriële schade” betreffen, maar in de uitvoering worden ze opgeteld verrekend.
  • De civiele route die overblijft voor schade boven het wettelijk minimum kost een gedupeerde 8.000 tot 10.000 euro voorschot, en levert · zo luidt de praktijkkennis onder ingewijden · zelden meer dan 12,5 tot 25 procent van de daadwerkelijke schade op.

De som van deze versoberingen is dat het “ruimhartig herstel” uit 2021 anno 2026 een krap, gefinancierd en vooraf gebudgetteerd herstel is geworden, waarbij de minister die het onrecht aanricht tevens de minister is die bepaalt hoeveel schadevergoeding het land kan dragen. Dat is geen slechte wil van individuele ambtenaren. Het is de logica van een systeem dat in het economieparadigma (Triple E) is georganiseerd: Economy boven Rechtmatigheid dicteert dat de begroting beheersbaar blijft; Efficiency boven Rechtsgelijkheid dicteert dat forfaits de voorkeur krijgen boven individuele schadebeoordelingen; Effectiveness boven Rechtszekerheid dicteert dat de hersteloperatie “afgerond” kan worden, ongeacht of de gedupeerden daadwerkelijk zijn hersteld.

De slager keurt zijn eigen vlees. En in dit geval heeft de slager ook het keurmerk bedacht, het keuringsprotocol geschreven, de keurmeesters opgeleid, en het vlees zelf gefinancierd. Dat is geen herstel. Dat is geïnstitutionaliseerde zelfvrijwaring. Het Follow-the-Money-onderzoek in deze reeks stelde vast dat in de Dienstverleningsovereenkomst tussen de Staat en SGH van 16 juli 2024 een vrijwaringsclausule is opgenomen waarbij de Staat SGH en alle door SGH ingehuurde partijen vrijwaart voor schadevorderingen van gedupeerden. De slager vrijwaart bovendien zijn eigen keurmeester.


6. Maatschappelijke onvrede en stakingsbereidheid

De vijfde lijn in dit onderzoek is de maatschappelijke onvrede. Zij meetbaar in vier indicatoren: het vertrouwen in de Tweede Kamer en in politici, de koopkracht en armoede, de vermogensongelijkheid, en de stakingsbereidheid.

6.1 Het vertrouwen zakt tot het laagste punt sinds 2012

Het CBS publiceert sinds 2012 een jaarlijkse indicator voor het vertrouwen in de Tweede Kamer, in politici, in ambtenaren en in de gemeenteraad. Op 12 mei 2026 concludeerde het CBS dat het vertrouwen in de Tweede Kamer in 2025 zakte tot 24,6 procent, en het vertrouwen in politici tot 21,2 procent, in beide gevallen het laagste niveau sinds de start van de reeks in 2012. Ter vergelijking: in 2020, het eerste jaar van de coronacrisis, bedroeg het vertrouwen in de Tweede Kamer nog 53,2 procent en in politici 39,7 procent. De daling is dus dramatisch: van een meerderheid naar minder dan een kwart van de bevolking in vijf jaar tijd.

Het Ipsos I&O Prinsjesdagonderzoek van 22 september 2025 geeft aanvullende kleur. Van de ondervraagden (n=1.115) zegt 29 procent vertrouwen te hebben in de landelijke politiek (tegen 44 procent in 2024 na het aantreden van het kabinet-Schoof), 68 procent weinig. Zesenzeventig procent is het er niet mee eens dat de politiek problemen oplost, 74 procent vindt de politiek met zichzelf bezig, 68 procent acht de politiek niet in staat tot samenwerking. Slechts 18 procent verwacht dat de politiek na de verkiezingen van 29 oktober 2025 beter gaat functioneren.

6.2 Koopkracht, armoede en ongelijkheid

De koopkracht steeg in 2024 met 3,6 procent, de grootste stijging in twintig jaar (CBS, 2025/37). Dat lijkt goed nieuws, en in individuele gevallen is het dat ook. Maar het gemiddelde verbergt een scheve verdeling. In dezelfde periode steeg het aantal mensen in armoede van 540.000 naar 551.000, een stijging na vijf jaar daling (CBS, 2025/51). Het aantal kinderen in armoede bedroeg in 2024 ruim 92.700 (NJi). Het aantal mensen in langdurige armoede (drie jaar of langer) bedroeg 175.000. Nog eens 1,2 miljoen mensen leefden tot 25 procent boven de armoedegrens zonder buffer (Nibud, 17 oktober 2024).

De ongelijkheid van vermogen is een tweede verhaal. De top 10 procent van de huishoudens bezit 56 procent van het totale vermogen (Trouw / CBS). De top 1 procent bezit 21,7 procent (CPB). De top 0,1 procent bezit in 2023 dertien procent van het vermogen, tegen tien procent in 2015, circa 260 miljard euro (NU.nl / CBS). Het totale huishoudensvermogen bedroeg 2.754 miljard euro, gemiddeld 333.500 euro per huishouden, met een mediaan van 135.500 euro. Het verschil tussen gemiddelde en mediaan is op zichzelf al een indicator van ongelijkheid: de helft van de huishoudens bezit minder dan 135.500 euro, terwijl een klein aantal huishoudens de gemiddelde flink omhoog trekt.

De CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen stelt vast dat werkende armen gemiddeld méér tekort komen dan bijstandsgerechtigden. “In vergelijking met 2018 waren er vorig jaar relatief meer werkenden arm dan er mensen in de bijstand arm waren. Werkende armen komen meer inkomen tekort dan arme mensen met een bijstandsuitkering.” Het is een observatie die het beeld van een land waar werk loont, relativeert.

6.3 De stakingsgolf

Het CBS publiceert sinds jaar en dag een dashboard werkstakingen. In 2023 waren er 52 stakingen, in 2024 nog 36, en in 2025 nog 23. Het aantal stakingen halveert dus, maar het aantal verloren werkdagen steeg in 2025 tot circa 60.000, een concentratie-effect: minder, maar grotere en langere stakingen. De grootste staking van 2025 was in het onderwijs, met 28.000 verloren werkdagen in een estafette-formaat met circa 2.000 betrokkenen.

In 2026 escaleert het beeld. Op 3 maart 2026 legden rijksambtenaren het werk neer voor 24 uur tegen de nullijn, met meer dan duizend mensen op het Malieveld (FNV, VCP). Op 14 april 2026 volgde een landelijke staking in zes steden, met 160.000 ambtenaren (CNV). Op 24 juni 2026 lag het openbaar vervoer landelijk stil tot acht uur (FNV, NOS). Tussendoor waren er de stakingen in de zorg (de grootste op 28 september 2023 in de zeven UMC’s) en bij het onderwijs.

De EenVandaag-peiling van 18 mei 2026 (n ≈ 25.000) concludeert dat 71 procent van de Nederlanders mogelijke stakingen tegen bezuinigingen op sociale zekerheid steunt. Tweeëntwintig procent vindt stakingen “te rigoureus”. De steun loopt ook door in coalitiekiezers. Drieënzeventig procent is tegen de voorgestelde verlaging van de WIA-uitkering, 76 procent tegen verdere stijging van de AOW-leeftijd.

6.4 Wat de cijfers zeggen

De cijfers samen schetsen het beeld van een samenleving waarin het vertrouwen in de formele politieke kanalen afneemt, waarin de koopkracht in gemiddelden stijgt maar in marges daalt, en waarin de bereidheid tot collectieve actie groeit. Drie van de vier grote vakbonden (FNV, CNV, VCP) seinen in het voorjaar van 2026 af dat de nullijn voor rijksambtenaren een breekpunt is. Dat is geen normaal politiek conflict; het is een conflict tussen de staat en zijn eigen personeel.


7. Het Huis van Thorbecke, een bezet huis

In 1848 herschreef Johan Rudolph Thorbecke de Grondwet. De belangrijkste vernieuwingen waren ministeriële verantwoordelijkheid, vrijheid van godsdienst, vergadering en drukpers, en de directe verkiezing van de Tweede Kamer. De Grondwet ordende de staat in drie samenhangende bestuurslagen, gemeenten, provincies, rijk, die sindsdien in de Nederlandse bestuurlijke traditie als het Huis van Thorbecke worden aangeduid: een gebouw met drie verdiepingen, met de waterschappen als aanbouw en Europa als latere vierde laag. De overheid werd verondersteld dicht bij de burger te beginnen en naar boven toe alleen in te grijpen waar een vraagstuk lokale grenzen overstijgt. Elke bestuurslaag is autonoom verantwoordelijk voor haar taken, maar werkt samen om de eenheid van de staat te waarborgen, een gedecentraliseerde eenheidsstaat.

Wat in 1848 in dat Huis werd ingebouwd, zijn de grondrechten die nog steeds de fundamenten vormen: gelijkheid voor de wet (thans art. 1 Gw), het recht op een onafhankelijke rechter (thans art. 112-113 Gw), de vrijheid van godsdienst en vergadering (thans art. 6 en 9 Gw), het recht op openbaarheid van bestuur (thans versterkt via de Wet open overheid), en, cruciaal voor dit onderzoek, de eis dat de overheid handelt op grond van wettelijkheid en met een plicht tot zorgvuldigheid. De old public administration die de Rijksvoorlichtingsdienst en het Thorbeckiaanse bestuursrecht voor ogen stonden, was een overheid die deugdelijk handelt omdat zij wettelijk gebonden is: rechtmatig, rechtsgelijk, rechtzeker. De drie R’en, kortom.

Het huis staat er nog

Het Huis van Thorbecke staat, fysiek en institutioneel, anno 2026 nog steeds. De Grondwet is na 1848 meermalen, maar vooral in 1917 (algemeen kiesrecht), 1953 (Nieuw-Guinea), 1983 (herziening) en 2018 (gekwalificeerde meerderheid voor EU), aangepast, maar de drie bestuurslagen, de scheiding der machten, de rechterlijke onafhankelijkheid en de grondrechten zijn intact. De gemeenteraad debatteert; de provinciale Staten besturen; de Staten-Generaal wetgeven; de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toetst; de Hoge Raad waakt over het privaatrecht en het cassatie-recht. Aan de gevels is niets veranderd.

Maar het wordt bewoond door een andere macht

Wat echter sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw veranderde, zijn niet de gevels maar de bewoners. De New Public Management-filosofie die in het vorige onderzoek in deze reeks werd gereconstrueerd, verdrong de rechtmatigheids-oriëntatie (Triple R) door een economieparadigma (Triple E). De overheid ging zichzelf runnen als een bedrijf; de burger werd klant; de KPI werd het ding dat telde, niet de rechtsnorm. In september 2023 zette minister De Jonge van Binnenlandse Zaken NPM in de begroting officieel “bij grofvuil”. Maar een filosofie verdwijnt niet door een begrotingsvoetnoot. De praktijk loopt achter de begroting.

De vijf lijnen van dit onderzoek tekenen elk een kamer van het Huis die niet meer door haar oorspronkelijke bewoners wordt bestuurd maar door een andere macht:

Kamer van het HuisOorspronkelijke bewoner (Triple R)Huidige bezetter (Triple E)Zichtbaar in
De digitale uitvoering (Belastingdienst, UWV, DUO, Defensie ICT)Ambtenaren die wetten uitvoeren en daarvoor wettelijk verantwoording schuldig zijnBestuurders die op KPI’s en begrotingsafspraken sturen, gevoed door externe consultants en Amerikaanse leveranciersSectie 1: 27% meerkost 2024, 4,2 mrd 2022-2024, Fast Enterprises-uitbesteding btw-systeem
Het kabinet en de declaratiesBewindspersonen die publiek geld uitgeven met openbaarheid als plicht (art. 3.1 Woo)Een gesloten declaratiecultuur waarin alleen incidentele Woo-besluiten zichtbaarheid gevenSectie 2: geen top-10 mogelijk zonder tien Woo-verzoeken; regeringsvliegtuig 89 mln aanschaf
Het Catshuis en de gedupeerdenEen premier die de burgers die door de Staat zijn beschadigd hoort, beantwoordt en hersteltEen premier die een openlijke smeekbede van twee gezichten van de affaire onbeantwoord laatSectie 3: smeekbede Rongen en ten Hove 17 februari 2026, Jetten non-respons
De Raad van StateDe hoogste bestuursrechter die het recht van de burger waarborgt tegen de StaatEen rechter die het economieparadigma van de wetgever bekrachtigt in plaats van toetstSectie 4: ECLI:NL:RVS:2025:2864, ECLI:NL:RVS:2026:3166 — forfait, causaal, procedureel ingeperkt
De samenlevingBurgers die via het poldermodel en de verkiezingen invloed uitoefenenWerkenden, gedupeerden en ambtenaren die langs de formele kanalen terugslaanSectie 6: 24,6% vertrouwen TK, 71% steun stakingen, 160.000 stakende rijksambtenaren

De grondrechten van 1848, herlezen in 2026

De grondrechten die Thorbecke in 1848 in het Huis inbouwde, zijn in 2026 formeel nog steeds van kracht. Maar hun werking is aangetast door de bezetting:

  • Gelijkheid voor de wet (art. 1 Gw) · de discriminatiebevindingen van het College voor de Rechten van de Mens en de boetes van de Autoriteit Personsgegevens brengen de Afdeling bestuursrechtspraak er niet toe het forfait van 500 euro aan een hogere norm te toetsen. Gelijkheid is niet afgeschaft, maar er wordt niet meer op gestuurd in de uitvoering en niet meer op getoetst in de rechtspraak.
  • Onafhankelijke rechter (art. 112-113 Gw) · de rechter bestaat en is onafhankelijk, maar het toetsingsverbod van art. 120 Gw maakt dat zij wettelijke forfaits niet aan evenredigheid kan toetsen. De onafhankelijkheid is formeel intact; de reikwijdte van wat de rechter kan doen, is ingeperkt.
  • Openbaarheid van bestuur (art. 110 Gw, Woo) · de Woo bestaat, maar de rijksoverheid publiceert niet actief de declaraties van haar bewindspersonen, hoewel art. 3.1 Woo dat voorschrijft voor geïnstitutionaliseerde uitgaven. Openbaarheid is niet afgeschaft; zij is verplaatst naar het incidentele Woo-verzoek.
  • Recht op behoorlijk bestuur (art. 3:2 Awb, art. 6 EVRM) · de zorghoudendheid bestaat, maar de causaal-uitspraak van de ABRvS reduceert het verband tussen onrechtmatig optreden en schade tot één deelaspect. Wat niet in causaal verband staat met de OGS-kwalificatie, valt buiten de vergoeding.

De grondrechten zelf zijn niet herzien. De Grondwet van Thorbecke geldt nog. Maar het operationele instrumentarium dat die grondrechten in de praktijk moest waarmaken, voorlichting, hoor en wederhoor, motivering, actieve openbaarmaking, rechterlijke toets, is niet afgeschaft maar verwaarloosd, en inmiddels door een ander instrumentarium vervangen: forfaits, KPI’s, biedmodellen, externe adviseurs, NPM-besparingen, en sinds 2023 een herbezinning die op papier plaatsvindt maar niet in de uitvoering.

De bezettingsmacht heeft geen naam

Wie bezet het Huis van Thorbecke? Niet één partij. Het is geen complot, geen staatsgreep, geen ideologische ommezwaai die op één datum kan worden gedateerd. Het is, zoals het ABDTOPConsult-essay in 2022 vaststelde, een “gereconstrueerde werkelijkheid”: een gereedschapskist vol instrumenten die stukje bij beetje in zwang raakten, KBA’s, SWOT’s, KPI’s, SLA’s, audits, benchmarking, balanced scorecards, outputbekostiging, shared service centers, externe inhuur, PPS-constructies, en die tezamen een nieuwe manier van overheid-zijn gingen vormen. Niemand kondigde ooit aan: “vanaf vandaag voeren wij NPM in”. Maar in 2023 stond in de begroting van BZK dat het Rijk er officieel afscheid van nam. De bezetting had plaatsgevonden zonder dat zij ooit werd verklaard. En de bevrijding, zo leert dit onderzoek, is niet voltooid.

Wat betekent dit voor het onderzoek?

De vijf lijnen van dit onderzoek zijn niet vijf incidenten. Het zijn vijf symptomen van één en dezelfde bezetting. De ICT-faalkosten zijn niet het gevolg van technische pech, maar van een bestuurscultuur die sturing verward met sturing op meetbare output. De declaratie-blackbox is niet het gevolg van vergetelheid, maar van een politieke cultuur die openbaarheid als last ziet in plaats van als plicht. De non-respons van Jetten is niet het gevolg van drukte, maar van een bestuursstijl die publieke verantwoording is ontwend. De wankelende Raad van State is geen activistische rechter, maar een rechter die het paradigma van de wetgever heeft overgenomen. De stakingsgolf is niet het gevolg van radicalisering, maar van een samenleving die merkt dat de formele kanalen niet meer leveren wat zij beloofden.

Het Huis van Thorbecke staat er nog. Maar het wordt niet meer bewoond door de macht die Thorbecke erin voorzag. Het wordt bewoond door een macht die niet in de Grondwet staat, die niet is gekozen, die niet is benoemd, en die zich niet als zodanig herkent. Een gereconstrueerde werkelijkheid, zoals ABDTOPConsult dat noemde. Een bezettingsmacht zonder naam.

De vraag voor de synthese is dan ook niet of de staat kan worden heroverd, maar wie in staat is haar te heroveren. Het antwoord op die vraag is, op dit moment, dat geen van de instituties die formeel bevoegd zijn, het parlement, de rechter, de Nationale Ombudsman, de Algemene Rekenkamer, het Adviescollege ICT-toetsing, die herovering uit zichzelf kan voltrekken. Zij kunnen alleen een handreiking geven. De herovering zelf, als zij komt, komt van beneden: van de gedupeerden die weigeren te zwijgen, van de ambtenaren die weigeren zich aan te passen, van de burgers die in plaats van weg te blijven terugkomen naar de stembus, en van de rechters die, zoals in het arrest-Gouden Handdrukken of het arrest-Toeslagenaffaire, uiteindelijk de ruimte nemen die de wet hen biedt.


8. Synthese: kan de staat het land nog aansturen?

De vijf lijnen van dit onderzoek zijn afzonderlijk elk al zorgwekkend. In samenhang stellen zij een vraag die in de Nederlandse politieke cultuur meestal niet expliciet wordt gesteld: kan deze staat het land nog aansturen? Het is een vraag die niet polemisch maar analytisch moet worden gelezen. Het antwoord vereist het onderscheid tussen drie soorten capaciteit.

8.1 Operationele capaciteit

Operationeel is de staat deels aan het verliezen. De ICT-faalkosten van 4,2 miljard euro over drie jaar zijn niet het gevolg van een incident, maar van een structurele onderinvestering in de technische schuld van de eigen systemen. De Belastingdienst die in 2022 849 miljoen euro aan ICT-kosten had, is een dienst die in race-modus met zichzelf meedraait om systemen te vervangen voordat de laatste programmeur met pensioen gaat. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet dat vijf jaar vertraging opliep en vijf keer door het toezichthouder werd ingegrepen, is geen uitzondering maar het patroon. Het STAP-budget dat na twee jaar werd afgeschaft wegens systeemfaal en fraude, is een gevalletje “pas op de plaats” in een politiek die wil hervormen maar de uitvoering niet rondkrijgt.

8.2 Institutionele capaciteit

Institutioneel is de staat aan het verstarren. De declaratie-blackbox van het kabinet, die alleen via incidentele Woo-besluiten zichtbaar wordt, is een symptoom van een bestuurscultuur waarin open overheid een formule is, niet een praktijk. De non-respons van premier Jetten op een openlijke smeekbede van twee gezichten van de toeslagenaffaire is geen incident maar een uiting van een systematiek waarin het Catshuis en de gedupeerden in verschillende tijdszones leven. De wankelende Raad van State, die het herstel langs drie sporen inperkt, is geen activistische rechter maar een rechter die de beperkingen van de Wht blootlegt en daarmee de wetgever confronteert met diens eigen keuzes.

8.3 Legitieme capaciteit

Legitiem is de staat aan het verliezen. Het vertrouwen in de Tweede Kamer zakt naar 24,6 procent, het laagste niveau sinds 2012. Het vertrouwen in politici zakt naar 21,2 procent. Tweeënzeventig procent van de Nederlanders meent dat de politiek problemen niet oplost. Eenenzeventig procent steunt mogelijke stakingen tegen bezuinigingen op sociale zekerheid. De stakingsgolf in het voorjaar van 2026 bereikt sectoren, rijksambtenaren, openbaar vervoer, die in de Nederlandse poldermodel-traditie normaliter via overleg werken, niet via stakingen. Het is een indicator dat het poldermodel zelf onder druk staat.

8.4 De samenhang

De drie capaciteiten zijn niet onafhankelijk. Operationeel falen voedt institutionele verstarring: een staat die zijn eigen systemen niet onder controle heeft, kan ook zijn eigen declaraties niet eenvoudig openbaar maken. Institutionele verstarring voedt legitimaiteitsverlies: een staat die niet reageert op de smeekbede van twee gezichten van een drama dat hij zelf veroorzaakte, wekt de indruk dat de afstand tot de burger tot een structureel format is gegroeid. En het verlies van legitimiteit voedt operationeel falen: een staat die door zijn eigen ambtenaren wordt bestookt, kan geen grote hervormingen uitvoeren.

De werk hypothese van dit onderzoek is dat de Nederlandse staat anno 2026 langs deze drie assen tegelijk onder druk staat, en dat de institutionele readertijd van de staat (de tijd die het kost om een patroon te herkennen en te corrigeren) langer is dan de gemiddelde levensduur van een kabinet. Rutte IV viel over de asielfabriek, Schoof viel over wat later als nullijn-debat zichtbaar werd, en het kabinet-Jetten dat op 23 februari 2026 aantrad met 66 van de 150 zetels heeft een oplage die haar verhinderd grote koerswijzigingen door te voeren zonder steun van buiten de coalitie.

8.5 Moeten we ons zorgen maken?

Voor de gedupeerden van de toeslagenaffaire, de particuliere gezinnen, de MKB-ondernemers, de gezinnen in het buitenland, is de vraag niet of zij zich zorgen moeten maken. Zij maken zich al sinds decennia zorgen. De vraag is of de Nederlandse staat in staat is die zorgen te herkennen als signaal van een breder falen, en niet slechts als individueel leed dat langs de formele kanalen moet worden afgehandeld.

Het antwoord in dit onderzoek is: op dit moment niet. De vijf lijnen die dit onderzoek verbindt, worden door de staat zelf nog als vijf afzonderlijke dossiers behandeld. ICT-faalkosten zijn een dossier van het AcICT. Declaraties zijn een dossier van de Woo-functionarissen. De smeekbede aan Jetten is een dossier van de communicatie-afdeling van het Catshuis. De uitspraken van de Raad van State zijn een dossier van de staatssecretaris van Financiën. De stakingsbereidheid is een dossier van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Niemand in het formele bestuur verbindt de vijf lijnen. De gedupeerde die ze allemaal tegelijk ervaart, staat alleen met die ervaring.

Dit onderzoek probeert die eenzaamheid te doorbreken. Niet door een oplossing te bieden die er niet is, maar door het verband te leggen dat de staat zelf niet legt. De digitale overheid faalt. Het kabinet laat zich nietcontroleren. De premier reageert niet. De Raad van State perkt het herstel in. De samenleving slaat terug. Vijf lijnen, één staat, één vraag.


Tijdlijn

  • 2017 · Aanschaf nieuw regeringsvliegtuig (Boeing BBJ) voor circa 89 miljoen euro.
  • 15 januari 2021 · Kabinet-Rutte III neemt ontslag over de toeslagenaffaire.
  • 10 januari 2022 · Kabinet-Rutte IV aangetreden; Rob Jetten wordt minister Klimaat en Energie.
  • 1 mei 2022 · Wet open overheid treedt in werking.
  • 1 maart 2022 · Start STAP-budget bij UWV.
  • 4 juli 2022 · Begin boerenprotesten; 20 van 35 supermarkt-distributiecentra geblokkeerd.
  • 7 juli 2023 · Kabinet-Rutte IV biedt ontslag aan (asielbeleid).
  • 19 september 2023 · BZK zet New Public Management officieel bij grofvuil.
  • 28 september 2023 · Grootste staking ooit in de zeven UMC’s, 24 uur.
  • 1 januari 2024 · STAP-budget afgeschaft wegens fraude en systeemfaal.
  • 2 juli 2024 · Kabinet-Schoof aangetreden; Rob Jetten wordt fractievoorzitter D66.
  • 22 augustus 2024 · Woo-besluit declaraties Dick Schoof.
  • 1 december 2024 · Rapportage Grote ICT-activiteiten 2024: 27 procent meerkost, record.
  • 15 januari 2025 · Algemene Rekenkamer publiceert “Het Rijk in de cloud”.
  • 12 maart 2025 · Rb. Den Haag wijst vordering Capgemini af (ECLI:NL:RBDHA:2025:3645); Fast Enterprises mag gunning behouden.
  • 5 september 2025 · Sandra Palmen herbenoemd als staatssecretaris Herstel Toeslagen.
  • 2 juli 2025 · ABRvS ECLI:NL:RVS:2025:2864 · forfait 500 euro onttrokken aan rechterlijke toets.
  • 22 september 2025 · Ipsos I&O Prinsjesdagonderzoek: 29 procent vertrouwen in landelijke politiek.
  • 17 februari 2026 · Smeekbede Rongen en ten Hove aan Jetten: herbenoem Palmen niet.
  • 23 februari 2026 · Kabinet-Jetten aangetreden; Palmen alsnog beëdigd.
  • 25 februari 2026 · ABRvS ECLI:NL:RVS:2026:3166 · procesbelang lichte toets Catshuisregeling vervalt.
  • 3 maart 2026 · 24-uurs staking rijksambtenaren; meer dan 1.000 op Malieveld.
  • 4 maart 2026 · Kamerdebat over dossiers van ouders in de toeslagenaffaire; Jetten niet aanwezig.
  • 5 maart 2026 · Woo-besluit kosten regeringsvliegtuig (naar aanleiding van vlucht NL → Suriname 30 november 2025).
  • 16 april 2026 · Tweede Kamer motie: Afdeling advisering RvS toetsen nieuwe schaderoutes op rechtsbescherming.
  • 14 april 2026 · Landelijke staking Rijk in zes steden · 160.000 ambtenaren.
  • 18 mei 2026 · EenVandaag-peiling: 71 procent steunt mogelijke stakingen tegen bezuinigingen sociale zekerheid.
  • 20 mei 2026 · Algemene Rekenkamer: Defensie gaf 4,4 miljard niet volgens regels uit (SRV 2025).
  • 3 juni 2026 · ABRvS ECLI:NL:RVS:2026:3166 (202504054/1/A2) · Catshuisregeling aanvullend ingeperkt tot OGS-kwalificatie.
  • 24 juni 2026 · Landelijke werkonderbreking openbaar vervoer tot 08.00 uur.

Bronverwijzingen

Officiële overheidsbronnen

Jurisprudentie

Bestuurskundige en historische bronnen

CBS, SCP en CPB

Peilingen en media

Eerdere OpenBrief-onderzoeken in dezelfde reeks


Methodologische notities

Dit onderzoek combineert vijf databronnen die normaliter gescheiden blijven (RijksICT-dashboard, Woo-besluiten, rechtspraak.nl, CBS/SCP/CPB, en peilingen van Ipsos en EenVandaag). Bedragen zijn gemarkeerd als “gepubliceerd” indien direct ontleend aan officiële bron, als “schatting” indien afgeleid, en als “niet openbaar” indien de rijksoverheid ze niet structureel publiceert.

Twee keuzes verdienen vermelding. De eerste is dat is afgezien van een top-10 van declaraties van bewindspersonen, omdat zo’n ranglijst niet feitelijk kan worden samengesteld zonder tien afzonderlijke Woo-verzoeken. De afwezigheid van de ranglijst is zelf een bevinding. De tweede keuze is dat is afgezien van het aanduiden van individuele ambtenaren (CIO’s, secretaris-generaal) als persoonlijk verantwoordelijken voor specifieke faalprojecten. In het Nederlandse bestuursmodel is de minister eindverantwoordelijk; ambtenaren zijn formeel aan diens beleid gebonden. Hun namen zijn hier genoemd in hun formele hoedanigheid, niet als persoonlijke doelwitten.

De schatting van “ruim duizend gezinnen” in het buitenland, genoemd in de brief aan Marijnissen, is een conservatieve schatting op basis van onderzoek van Radar Adviesgroep en de Stichting Toeslagenaffaire Slachtoffers. Het exacte aantal is niet openbaar gepubliceerd en kan via een Woo-verzoek bij het ministerie van Financiën of bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen worden opgevraagd.

De werk hypothese dat de institutionele readertijd van de Nederlandse staat langer is dan de levensduur van een kabinet, is een analytische stelling, geen empirische. Zij ontleent haar plausibiliteit aan de observatie dat de laatste drie kabinetten (Rutte IV, Schoof, Jetten) gezamenlijk slechts vijf jaar hebben geregeerd, terwijl de patroonherkenning van institutioneel falen, van de eerste signalen van de toeslagenaffaire in 2018 tot de formele afscheid van NPM in 2023, vijf jaar vergde. Het is een stelling die verder empirisch onderzoek verdient, en die in een volgend onderzoek kan worden getoetst.

Bronnen

  1. RijksICT-dashboard, rijksictdashboard.nl (stand juni 2026)
  2. Adviescollege ICT-toetsing (AcICT), Jaarrapportage 2023 (28 maart 2024) en 2024 (31 maart 2025)
  3. Algemene Rekenkamer, Hoogrisicolijst voorjaar 2026 (20 mei 2026)
  4. Algemene Rekenkamer, Het Rijk in de cloud (15 januari 2025)
  5. Rijksoverheid, Rapportage Grote ICT-activiteiten 2024 (31 december 2024)
  6. Stb. 2024-42 — Instellingswet Adviescollege ICT-toetsing (inwerking 1 juli 2024)
  7. ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2864 (forfait 500 euro, r.o. 9.4-9.7)
  8. ABRvS 25 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3166 (procesbelang lichte toets Catshuisregeling)
  9. ABRvS 3 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3166 (zaak 202504054/1/A2 — causaal verband ingeperkt tot OGS-kwalificatie)
  10. Rb. Den Haag 12 maart 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:3645 (Capgemini vs. Staat / Fast Enterprises)
  11. Woo-besluit declaraties Dick Schoof, 22 augustus 2024 (rijksictdashboard open.overheid.nl/documenten/64f14f3e-8c2c-4383-a4f0-efcda9d5c72d)
  12. Woo-besluit kosten regeringsvliegtuig, 5 maart 2026 (open.overheid.nl/documenten/f23926ca-7e2f-4e94-9e79-6f5f93703e8a)
  13. Hart van Nederland, Toeslagenouders vragen Jetten: ga niet verder met Sandra Palmen, 17 februari 2026
  14. Kamerstuk 36410-VI-107 (brief Van Weel over Woo-besluit Schoof, 12 september 2024)
  15. Kamerstuk 2025D19977 (begroting regeringsvliegtuig 2024)
  16. CBS, Vertrouwen in politici en Tweede Kamer in 2025 laagst sinds 2012, 12 mei 2026
  17. CBS, Werkstakingen dashboard, update 28 april 2026
  18. CBS, Koopkracht steeg met 3,6 procent in 2024 (2025/37)
  19. CBS, Stijging armoede na vijf jaar daling (2025/51)
  20. Ipsos I&O, Prinsjesdagonderzoek 2025 (22 september 2025)
  21. EenVandaag Opsiepanel, 71 procent steunt mogelijke stakingen tegen bezuinigingen sociale zekerheid, 18 mei 2026
  22. Nibud, Nieuwe meetmethode armoede, 17 oktober 2024
  23. Trouw, Sandra Palmen noemt stoppen met dwangsommen voor toeslagenouders erg pijnlijk (2026)
  24. Techzine, Belastingdienst besteedt btw-systeem volledig uit aan VS (Fast Enterprises 190 miljoen euro)
  25. Dutch IT Channel, DUO heeft zichzelf klemgezet rond Doorontwikkelen Applicatielandschap Bekostiging
  26. Accountant.nl / AG Connect / Binnenlands Bestuur, Grote IT-projecten kosten overheid al 1,3 miljard meer dan gepland (23 januari 2023)
  27. iBestuur, ICT-projecten bij het Rijk vaker duurder en later opgeleverd (6 oktober 2025)
  28. FNV, VCP, CNV — stakingsaankondigingen rijksambtenaren 2026
John van der Velden

John van der Velden

Independent Researcher · Open Brief Network

Independent researcher focused on institutional systems, accountability, and administrative processes. Background in network architecture, infrastructure integrity, and process optimisation.

Gevestigd in Kroatië · Investigatief Archief · Systemen & Verantwoording
Volledig profiel →

Tijdlijn

Hoog belang Gemiddeld Laag
2021-01-15
political Kabinet-Rutte III valt over de toeslagenaffaire De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2022-03-01
policy_change Start STAP-budget — na 2 jaar afgeschaft wegens fraude en systeemfaal De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2023-09-19
policy_change BZK zet New Public Management officieel bij grofvuil De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2024-07-02
political Kabinet-Schoof aangetreden; Rob Jetten wordt fractievoorzitter D66 De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2024-08-22
woo Woo-besluit declaraties Dick Schoof — gedeeltelijk openbaar De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2024-12-31
government_data Rapportage Grote ICT-activiteiten 2024: 27 procent meerkosten, record De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2025-07-02
ruling ABRvS ECLI:NL:RVS:2025:2864 — forfait 500 euro onttrokken aan rechterlijke toets De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2025-09-05
policy_change Sandra Palmen herbenoemd als staatssecretaris Herstel Toeslagen De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2026-02-17
media Smeekbede Rongen en ten Hove aan Jetten: herbenoem Palmen niet De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2026-02-23
political Kabinet-Jetten aangetreden; Palmen alsnog beëdigd De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2026-02-25
ruling ABRvS ECLI:NL:RVS:2026:3166 — procesbelang lichte toets Catshuisregeling komt te vervallen De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2026-03-03
strike 24-uurs staking rijksambtenaren tegen nullijn — meer dan 1.000 op het Malieveld De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2026-04-14
strike Landelijke staking Rijk in zes steden — 160.000 ambtenaren De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2026-05-18
poll EenVandaag: 71 procent steunt mogelijke stakingen tegen bezuinigingen sociale zekerheid De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2026-05-20
external_report Rekenkamer: Defensie gaf 4,4 miljard niet volgens de regels uit (SRV 2025) De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2026-06-03
ruling ABRvS ECLI:NL:RVS:2026:3166 — Catshuisregeling aanvullend ingeperkt tot OGS-kwalificatie De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt
2026-06-24
strike Landelijke werkonderbreking openbaar vervoer tot 08.00 uur De Digitale Overheid: een staat die zichzelf niet meer aanstuurt