
Civiele aansprakelijkheid Staat, Deloitte en BCG
Geen enkele gedupeerde heeft tot op heden een zuivere civiele vordering op grond van art. 6:162 BW (onrechtmatige daad) tegen de Staat ingesteld voor de toeslagenaffaire. Alle bekende zaken verlopen via het bestuursrechtelijke Wht-traject, dat slechts 15-31% van de werkelijke schade vergoedt. Dit rapport brengt het juridisch kader in kaart voor civiele aansprakelijkheid en evalueert de mogelijke aansprakelijkheid van de consultants Deloitte en BCG.
Samenvatting
Geen gedupeerde van de toeslagenaffaire heeft tot op heden een zelfstandige civiele vordering op grond van art. 6:162 BW tegen de Nederlandse Staat ingesteld. Alle bekende zaken verlopen via het bestuursrechtelijke Wht-traject. De Rechtbank Noord-Holland bevestigde op 19 juni 2025 dat het Wht forfaitaire bedragen hanteert die via de bestuursrechtelijke weg niet kunnen worden overschreden (art. 120 Grondwet). De Wht vergoedt naar schatting 15-31% van de werkelijke schade. Consultants Deloitte en BCG speelden substantiële rollen. Deloitte bouwde discriminerende risicomodellen, BCG ontwierp het herstelregime, maar geen van beiden is civiel aansprakelijk gesteld.
Wat er gebeurde
De Staat heeft onrechtmatig gehandeld in de toeslagenaffaire, erkend door POK, AP, ABRvS en CvM. Het juridisch kader voor civiele aansprakelijkheid is vastgelegd in art. 6:162 BW (onrechtmatige daad), art. 6:170 BW (aansprakelijkheid voor hulppersonen) en art. 6:98 BW (geschikte causaliteit).
Op 19 juni 2025 wees de Rechtbank Noord-Holland een vordering van €654.159,81 af voor toeslagjaren 2011-2013 (ECLI:NL:RBNHO:2025:8961). De rechtbank oordeelde dat de €30.000 Catshuisregeling plus €2.100 O/GS-tegemoetkoming voldoende was binnen het Wht-kader. De rechtbank stelde expliciet dat ketenpartner-aansprakelijkheid onder de burgerlijke rechter valt.
De WAMCA (in werking sinds 1 januari 2020) biedt een kader voor collectieve schadeafwikkeling. Prof. Verheij pleitte in 2021 voor WAMCA-toepassing op de toeslagenaffaire. Tot op heden is geen WAMCA-procedure gestart.
Bewijs
Deloitte bouwde risicoclassificatiemodellen met SAS-software waarbij “BVR Nationaliteit” als vaste brondata diende. De modellen hadden onvoldoende trainingsdata en onbeveiligde Q-drives. BCG schreef het rapport “Doorlichting UHT” (september 2020), waarin “versimpeling” werd voorgesteld, afzien van individuele beoordeling, en precedentwerking als “risico” werd aangemerkt in plaats van als recht van gedupeerden.
De Hoge Raad bevestigde in ECLI:NL:HR:2022:1817 dat art. 6:248 lid 2 BW (onredelijke uitwerking) toepasselijk is op overeenkomsten met de overheid. De ABRvS bevestigde in ECLI:NL:RVS:2023:772 het toetsingsverbod van art. 120 Grondwet bij de Wht.
Voor Deloitte geldt dat aansprakelijkheid op art. 6:162 BW een zorgplichtschending vereist: als professioneel consultancybedrijf had Deloitte discriminerende uitkomsten moeten signaleren. Voor BCG geldt dat het advies tot “versimpeling” de rechtspositie van gedupeerden ondermijnde.
Analyse
De kernvraag is of het Wht civiele vorderingen tenietdoet. De Staat stelt van wel; gedupeerden stellen dat het 15-31%-dekkingsgat ruimte laat voor aanvullende vorderingen, in het bijzonder voor discriminatie (EVRM art. 14) en immateriële schade boven het Wht-forfait.
De verjaringstermijn (art. 3:310 BW) is kritiek: 5 jaar subjectief, 20 jaar absoluut. Voor de oudste gevallen (2004) liep de absolute verjaring af in 2024. Of het Wht kwalificeert als “effective remedy” onder EVRM art. 13 is twijfelachtig bij een dekking van slechts 15-31%.
Internationale parallellen, Australië’s Robodebt (A$1,8 miljard schikking) en het VK’s Windrush (regeling “failing” volgens HRW), tonen hetzelfde patroon: de overheid draagt de aansprakelijkheid, consultants blijven gevrijwaard.
Veelgestelde vragen
Heeft een gedupeerde ooit een civiele vordering tegen de Staat ingesteld?
Nee, geen enkele gedupeerde heeft tot op heden een zelfstandige civiele vordering op grond van artikel 6:162 BW, de onrechtmatige daad, tegen de Nederlandse Staat ingesteld. Alle bekende zaken verlopen via het bestuursrechtelijke Wht-traject. Dat traject vergoedt naar schatting slechts 15 tot 31 procent van de werkelijke schade.
Wat besliste de Rechtbank Noord-Holland op 19 juni 2025?
De rechtbank wees een vordering van 654.159,81 euro voor toeslagjaren 2011 tot 2013 af, onder ECLI:NL:RBNHO:2025:8961. Geoordeeld werd dat de 30.000 euro Catshuisregeling plus 2.100 euro O/GS-tegemoetkoming voldoende was binnen het Wht-kader. De rechtbank stelde daarbij expliciet dat ketenpartner-aansprakelijkheid onder de burgerlijke rechter valt.
Wat is de WAMCA en is die toegepast op de toeslagenaffaire?
De WAMCA is het wettelijke kader voor collectieve schadevorderingen, in werking sinds 1 januari 2020. Prof. Verheij van de RUG pleitte in 2021 al voor WAMCA-toepassing op de toeslagenaffaire. Toch is er tot op heden geen enkele WAMCA-procedure gestart.
Kunnen Deloitte en BCG civiel aansprakelijk worden gesteld?
Deloitte bouwde de risicomodellen met nationaliteit als vaste brondata en BCG schreef in september 2020 het rapport Doorlichting UHT, waarin versimpeling werd voorgesteld. Beide consultants zijn echter nooit civiel aansprakelijk gesteld. Een directe vordering op grond van artikel 6:162 BW tegen een consultant is juridisch nieuw en in Nederland nog nooit succesvol gebleken.
Lees ook
- De Slager als Poortwachter — waarom het kabinet het OM buiten de datakluis houdt
- De Verantwoordelijkheidsmatrix — wie wist wat van de datakluis, en wie is er nog
- Corrupte Agenda van de Datakluis — de volledige tijdlijn, 2019-2026
- De vondst van 64 miljoen bestanden — de vondst en de negen maanden vertraging
Bronnen
- ECLI:NL:RBNHO:2025:8961, Rechtbank Noord-Holland 19-06-2025
- ECLI:NL:HR:2022:1817, Hoge Raad 23-12-2022 (Compensatieregeling Derdengeld)
- ECLI:NL:RVS:2023:772, ABRvS 01-03-2023 (toetsingsverbod Wht)
- BCG Doorlichting UHT, september 2020
- Prof. Verheij, RUG, Trouw november 2021
- WODC Evaluatie WAMCA, november 2025
Bronnen
- ECLI:NL:RBNHO:2025:8961, Rechtbank Noord-Holland 19-06-2025 (Wht schadevergoeding)
- ECLI:NL:RBNHO:2025:14470, Rechtbank Noord-Holland 25-11-2025 (SBN schulden)
- ECLI:NL:HR:2022:1817, Hoge Raad 23-12-2022 (Compensatieregeling Derdengeld)
- ECLI:NL:RVS:2023:772, ABRvS 01-03-2023 (toetsingsverbod Wht)
- BCG Doorlichting UHT, september 2020
- Prof. mr. dr. A.J. Verheij, RUG, november 2021
- Hertoghs Advocaten, oktober 2021
